Verzoek vervangende toestemming om met de kinderen te mogen verhuizen naar Duitsland afgewezen.

De kinderrechter overweegt met betrekking tot de noodzaak om te verhuizen, dat moeder er naar verlangt om in de directe nabijheid van haar familie te wonen. Dit is een legitieme wens, gebaseerd op de emoties die moeder daarbij ervaart. Met name [B] heeft een soortgelijke legitieme wens, namelijk dat hij graag in de directe nabijheid van zijn vader, school, vrienden en sportclub wil blijven wonen. Ook hij heeft daarbij zijn eigen emoties. Uit het voorgaande blijkt geen omstandigheid waaruit afgeleid kan worden dat het belang van de moeder om te verhuizen zwaarder weegt dan het belang van het kind. Moeder beschikt in Nederland over woonruimte en werk. De verhuizing heeft niet als doel elders een nieuw gezin op te bouwen.

Een verhuizing over een dergelijk grote afstand zal van invloed zijn op de contactmomenten tussen kinderen en vader. Er zal na een verhuizing minder contact kunnen zijn en elk bezoekje brengt veel reistijd met zich mee. Waar de kinderen, en zeker [B] , die ondertussen 12 jaar is, nu de gelegenheid hebben om ook eens spontaan naar vader te gaan, zal dat na een verhuizing naar Duitsland onmogelijk zijn. Ook het gezamenlijke sporten is dan niet langer mogelijk. Moeder biedt weliswaar aan om contact via telefoon, WhatsApp of Skype te stimuleren, maar voor vader en [B] betekent dit toch inleveren. [B] zal niet enkel op het contact met vader moeten inleveren, maar ook op dat met vriendjes, klasgenoten en sportvriendjes.

Voor [B] zitten er geen positieve kanten aan een verhuizing naar Duitsland : op school zal het zeker in het begin aanpassen worden vanwege de andere taal, andere gebruiken en leersystemen. Hij moet weer een vriendenkring opbouwen en hetzelfde geldt voor zijn sport. Hij woont weliswaar dichter bij zijn familie van moeders kant, maar verder van zijn vader en diens familie. Bovendien heeft [B] duidelijk te kennen gegeven niet mee te willen naar Duitsland en in dat geval bij zijn vader te willen wonen.

Moeder heeft te kennen gegeven de kinderen bij elkaar te willen houden zodat ze samen opgroeien. Dit kan door te verhuizen en de kinderen bij vader te laten wonen, danwel door zelf in Nederland te blijven wonen. [B] is consistent in wat hij zegt en vader heeft ook te kennen gegeven dat de kinderen bij hem mogen wonen.

Verhuizen zou voor de kinderen veel impact hebben, zeker nu het een verhuizing naar het buitenland betreft. Het zou veel verandering en onrust voor hen betekenen.

De kinderrechter is van oordeel dat het verzoek van moeder dient te worden afgewezen. Het belang van moeder om te verhuizen, terug naar haar familie weegt niet zwaarder dan het belang van de minderjarige [B] om bij zijn familie en vrienden te blijven. Het belang van [B] is om niet te verhuizen en vader en moeder dichtbij zich te hebben. Daarom wordt het verzoek van de moeder afgewezen.

Rechtbank Overijssel 16 december 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5815