Levert een jarenlange strijd over omgang en verblijf kindermishandeling op? Gerechtshof meent van wel en hakt de knoop door.

9. (deels)
Het conflict tussen partijen duurt al ruim vijf jaren en diverse hulpverleningstrajecten, waaronder een ondertoezichtstelling, leiden niet tot een verbetering. Door deze vechtscheiding ziet de minderjarige zich geplaatst in een zeer ernstig loyaliteitsconflict, kan hij niet onbezorgd kind zijn en wordt hij beschadigd in zijn ontwikkeling en identiteitsvorming. Er is dan ook naar het oordeel van het hof in zoverre sprake van kindermishandeling.

10.
Hoewel de raad in het raadsrapport van 18 augustus 2014 adviseerde de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader te bepalen en een beperkte zorgregeling met de moeder vast te stellen, is de raad hier, naar aanleiding van een vervolgonderzoek, in zijn raadsrapport van 11 december 2015 op teruggekomen. Gezien de schrijnende situatie van de minderjarige adviseert de raad de situatie zoals deze thans is, te handhaven in afwachting van het verloop van de dwingend geadviseerde hulpverleningstrajecten. Ter zitting is echter gebleken dat de vader niet bereid is om mee te werken aan de door de raad en de gecertificeerde instelling sterk aanbevolen trajecten van “Ouderschap blijft” en “Kinderen uit de knel” en geen heil ziet in behandeling bij De Waag. Ook blijkt uit de verklaringen van de vader ter zitting dat hij de minderjarige een normale gezinssituatie toewenst en deze niet aanwezig acht in het gezin van de moeder. Door het diskwalificerend uitlaten door de ene over de andere ouder wordt een deel van het kind zelf afgewezen. Voorts is gebleken dat de vertrouwde omgeving van school en vriendjes essentieel is voor de minderjarige, nu de sociale context die de minderjarige heeft opgebouwd hem bescherming biedt tegen het gevoel van onveiligheid dat het gevolg is van de voortdurende spanningen tussen zijn ouders. Het hof is dan ook van oordeel dat de minderjarige zijn hoofdverblijf bij de moeder dient te behouden. Onder de huidige omstandigheden acht het hof de moeder meer en beter in staat om in het leven van de minderjarige ruimte te bieden voor de vader, dan andersom. Een verplaatsing van het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader betekent dat hij niet alleen niet langer zijn hoofdverblijf bij de moeder heeft hetgeen op zich al een grote verandering betekent maar hij daarnaast ook nog van school en woonplaats zou moeten wisselen. Het hof acht dit, zeker onder de huidige omstandigheden waarin de ouders zich tot elkaar verhouden, een te grote belasting voor de minderjarige en niet in zijn belang. Gelet op het feit dat het er vooralsnog voor moet worden gehouden dat het dwingende advies van de raad niet wordt opgevolgd en de hulpverleningstrajecten niet zullen worden ingezet, zal het hof de zaak niet aanhouden om de uitkomsten van deze trajecten af te wachten. Naar het oordeel van het hof is het noodzakelijk dat er duidelijkheid geschapen wordt voor de minderjarige en dat hij eindelijk de rust en stabiliteit krijgt om volledig aan zijn eigen ontwikkelingstaken toe te komen in plaats van het moeten schipperen tussen beide ouders.

Gerechtshof Den Haag 27 januari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:239