Niemand behoeft in een onverdeelde boedel te blijven. Geen gronden aanwezig om gedurende een periode van drie jaar het woonhuis niet te verkopen.

Het hof overweegt als volgt. In beginsel behoeft niemand in een onverdeelde boedel te blijven. Slechts indien de door een onmiddellijke verdeling getroffen belangen van een of meer deelgenoten aanmerkelijk groter zijn dan de belangen die door de verdeling worden gediend, kan de rechter voor wie een vordering tot verdeling aanhangig is, op verlangen van een deelgenoot een of meermalen, telkens voor ten hoogste drie jaren een vordering tot verdeling uitsluiten. Het hof is van oordeel dat het door de man gestelde belang niet groter is dan het belang van de vrouw om over te gaan tot verdeling. Gelet op het aan de hypothecaire geldlening gekoppelde beleggingsdepot is het niet waarschijnlijk dat er sprake zal zijn van een restschuld na verkoop van de woning. Bovendien heeft de vrouw een zwaarwegend belang bij verkoop van de woning, omdat met de verzilvering van het beleggingsdepot de huwelijkse schulden geheel of gedeeltelijk kunnen worden afgelost. Het belang van de man, namelijk een mogelijk hogere waarde van de echtelijke woning in 2016 betreft een onzekere toekomstige omstandigheid, die, naar het oordeel van het hof, niet kan prevaleren boven het belang van de vrouw bij een verdeling. De grief van de man faalt.
Gerechtshof Den Haag 23 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2564