Gedetineerde vader spreekt (stiefouder)adoptieverzoek tegen. Afwijzing van het adoptieverzoek. Er zijn minder ingrijpende maatregelen

Artikel 228, tweede lid van Boek 1 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat aan de tegenspraak van de vader voorbij kan worden gegaan indien:
a. de minderjarigen en de vader niet of nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd, of
b. de vader het gezag over de minderjarigen heeft misbruikt of de verzorging en opvoeding van de minderjarigen op grove wijze heeft verwaarloosd, of
c. de vader onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen tegen de minderjarigen van een van de misdrijven, omschreven in de titels XIII tot en met XV en XVIII tot en met XX van het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht.
De onder sub a tot en met c genoemde mogelijkheden aan de rechter om het ouderlijk vetorecht te negeren betreft een bevoegdheid van de rechter en geen verplichting.
Ook als voldaan is aan voormelde mogelijkheden kan de rechter beslissen niet aan de tegenspraak van de ouders(s) voorbij te gaan. Aan de mogelijkheden onder sub b en c is in ieder geval niet voldaan. Voor wat betreft de mogelijkheid onder sub a stelt de rechtbank vast dat de standpunten van de vader daarover enerzijds en die van de adoptant en de moeder anderzijds lijnrecht tegen over elkaar staan. Volgens de vader heeft hij samen met de moeder en [de belanghebbende] na de geboorte van [de belanghebbende] in gezinsverband samengewoond, hetgeen betreden is door de moeder en de raadsvrouwe van de adoptant.
Wat daar ook van moge zijn en hoe begrijpelijk ook de wens van de adoptant en de moeder is om na jaren van het samen verzorgen en opvoeden van [de belanghebbende] het verzoek tot adoptie (door adoptant) in te dienen, zal de rechtbank het verzoek toch afwijzen.
Van belang is hierbij dat stiefouderadoptie in alle opzichten een verstrekkende beslissing is.
De vader heeft de wens geuit om in de toekomst een rol in het leven van [de belanghebbende] te hebben en iets voor hem te kunnen betekenen. De rechtbank is niet gebleken dat de vader misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot tegenspraak. Niet gebleken is dat de vader zijn bevoegdheid enkel gebruikt om een ander te schaden, dat hij geen enkel te respecteren belang nastreeft of dat hij, het door hem gestelde belang en het belang van [de belanghebbende] bij de adoptie in aanmerking genomen, in redelijkheid niet tot uitoefening van zijn recht op tegenspraak heeft kunnen komen. Verder weegt voor de rechtbank mee dat er met minder ingrijpende maatregelen de belangen van [de belanghebbende] kunnen worden gediend door een verzoek in te dienen tot gezamenlijk gezag en geslachtsnaamwijziging als bedoeld in artikel 1:253t BW. Die maatregel is minder verstrekkend dan adoptie doordat de familierechtelijke band tussen de vader en de minderjarigen - in tegenstelling tot wat het geval is bij adoptie - niet definitief wordt verbroken.
Nu het verzoek tot adoptie zal worden afgewezen, zal op grond van het bepaalde in artikel 5 lid 3 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek eveneens het verzoek worden afgewezen om te bepalen dat de geslachtsnaam van de minderjarige [...] zal zijn.
Rechtbank Roermond, 7 juli 2010, LJN:
BN0291