Wat is de behoefte van partijen indien tijdens het huwelijk op te grote voet is geleefd?

Bij de bepaling van de behoefte van de onderhoudsgerechtigde dient rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden, waaronder de hoogte en de aard van zowel de inkomsten als de uitgaven van partijen tijdens het huwelijk. Daarin kan een aanwijzing worden gevonden voor de mate van welstand waarin zij hebben geleefd en voor het niveau waarop de onderhoudsgerechtigde na de beëindiging van het huwelijk, wat de kosten van levensonderhoud betreft, in redelijkheid aanspraak kan maken. Verder dient zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met concrete gegevens betreffende de reële of met een zekere mate van waarschijnlijkheid te verwachten kosten van levensonderhoud van de onderhoudsgerechtigde.

De vrouw heeft haar standpunt dat aangeknoopt kan worden bij de hofnorm onderbouwd door middel van een concrete netto behoefteopstelling, alsmede door middel van stellingen over de hoge mate van welstand waarin partijen ten tijde van het huwelijk leefden. Het hof constateert dat de man in hoger beroep ter onderbouwing van zijn stellingen eveneens meermaals uitdrukkelijk heeft aangevoerd dat partijen ten tijde van het huwelijk structureel op te grote voet leefden. Ook gaf de man ter zitting aan dat het luxe leven van partijen eruit bestond dat zij dure kleding kochten, veelvuldig uitgingen en veel geld spendeerden aan vakanties en weekendtripjes. Het hof volgt de man daarbij niet in zijn standpunt, dat dergelijke te hoge uitgaven niet kunnen worden meegewogen bij de vaststelling van de behoefte, nu deze uitgaven het feitelijk partijen ter beschikking staande budget overstegen. Correctie van dergelijke (te) hoge uitgaven kan worden gevonden indien de draagkracht van partijen wordt bezien.

Gerechtshof Amsterdam 22 september 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3905