Verzoek vervangende toestemming verhuizing afgewezen. Belangenafweging

Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd. De gezamenlijke gezagsuitoefening van partijen brengt mee dat de moeder voor het wijzigen van de woonplaats van de kinderen toestemming van de vader behoeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden zal de rechter hierover een beslissing nemen.
Bij een dergelijke beslissing dient het hof - conform vaste rechtspraak - alle omstandigheden in acht te nemen en alle belangen af te wegen. Hoewel het belang van de kinderen een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, kunnen andere belangen ertoe leiden dat deze zwaarder dienen te wegen dan het belang van de kinderen. Het gaat onder meer om: het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten, de (on)mogelijkheid om op een andere wijze aan dat belang tegemoet te komen, de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid, de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen te verzachten en/of te compenseren, de leeftijd van de kinderen, de te overbruggen afstanden en de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht het verzoek van de moeder tot verlening van vervangende toestemming om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen, heeft afgewezen. In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Het hof overweegt dat partijen op 27 juni 2016 in een ouderschapsplan, dat onder professionele begeleiding van Juzt tot stand is gekomen, een kwalitatief gelijkwaardig ouderschap over de kinderen zijn overeengekomen, waarbij de vader in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gedurende ongeveer vijf dagen in de veertien dagen de zorg voor de kinderen voor zijn rekening neemt. Voor zover de moeder heeft gesteld dat zij min of meer gedwongen is om dit plan te ondertekenen, gaat het hof hieraan voorbij, nu de vader deze stelling heeft betwist en het hof uit niets kan opmaken dat op de moeder enige dwang of aandrang om het plan te ondertekenen door een medewerker van Juzt of door de vader is uitgeoefend.
Tussen partijen is niet in geschil dat door of bij een verhuizing van de moeder met de kinderen naar [plaats] de zorgregeling zoals partijen die in het ouderschapsplan hebben afgesproken niet langer kan worden nagekomen. Er zal in die situatie enkel nog sprake kunnen zijn van een weekendregeling. Met de rechtbank acht het hof de door de moeder aangeboden compensatie hiervoor, twee van de drie weekenden en extra weken in de vakanties, onvoldoende om het verlies aan contact voor de vader en de kinderen te compenseren. Het aanbod van de moeder biedt op de eerste plaats geen compensatie voor de contactmomenten tussen de vader en de kinderen op doordeweekse dagen, waarbij de vader, meer dan in het weekend, betrokken kan zijn bij de dagelijkse routine van de kinderen en hun doordeweekse activiteiten. Tevens zullen in het compensatievoorstel van de moeder de mogelijkheden van de vader om in de door hem gewenste mate betrokken te zijn bij het leven op school van de kinderen sterk worden beperkt. De vader haalt en brengt de kinderen thans regelmatig van en naar school. Dat zou in de nieuwe situatie praktisch komen te vervallen. De vader neemt ook een paar keer per jaar deel aan buitenschoolse activiteiten, waarbij hij de ouders van klasgenoten van de kinderen ontmoet. Ook dat zou dan niet of nauwelijks meer mogelijk zijn.

Het hof is voorts met de rechtbank van oordeel dat naarmate de kinderen ouder worden de kans steeds kleiner wordt dat zij om het weekend en iedere vakantie de totale afstand van 360 kilometer willen afleggen met de daaraan gekoppelde aanzienlijke reistijd. De kinderen zullen na een verhuizing hun leven steeds meer gaan vormgeven in de nieuwe woonplaats, waar zij nieuwe vriendjes zullen maken en nieuwe klasgenoten krijgen. Naarmate de tijd verstrijkt bestaat het reële risico dat de interesse van de kinderen in het ‘oude’ leven in [woonplaats van de moeder] vermindert. Naar het oordeel van het hof zal een verhuizing naar [plaats] , en het daaraan inherente verminderde contact van de vader met de kinderen, leiden tot een uitholling van het vaderschap en de band die de vader en de kinderen met elkaar hebben.
Alles overwegende komt het hof tot het oordeel dat een verhuizing van de moeder met de kinderen naar [plaats] niet in het belang van de kinderen is te achten. Er bestaat een aanmerkelijk risico dat de kinderen bij die verhuizing op de langere termijn het contact met de vader steeds meer zullen gaan verliezen (hetgeen de vader ook vreest), gelet ook op hetgeen de moeder over de verhouding tussen de vader en de kinderen en dan met name [minderjarige 1] beschrijft.

Volgt afwijzing.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 januari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:244