Ernstige echtscheidingsstrijd. Volgt verwijzing naar "kinderen uit de knel". Voorts bepaalt een kind van 12 jaar of ouder niet waar hij of zij verblijft maar doet de rechter dat na een belangenafweging.

4.4
Vast is voorts komen te staan dat de kinderen sinds 5 juni 2015 feitelijk bij de vader verblijven. Het hof acht het niet in het belang van de kinderen die situatie te wijzigen. Zij verkeren reeds lange tijd in een zeer onrustige situatie en raken klem en verloren in de strijd. Thans moeten zij zoveel als mogelijk gevrijwaard blijven van nog meer onrust en veranderingen. Naar het oordeel van het hof worden voornoemde echtscheidingsstrijd tussen de ouders en de daaruit voortvloeiende ernstige zorgen over het welzijn van de kinderen ook niet opgelost door een wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen. Daarvoor is nodig dat de ouders de strijdbijl begraven. De vader en de moeder dienen, als ouders van hun kinderen, hun verantwoordelijkheid te nemen waarbij de belangen van de kinderen voorop dienen staan. De ouders dienen de onderlinge communicatie te verbeteren, in die zin dat zij in samenspraak beslissingen over de kinderen kunnen nemen en dienen de kinderen de ruimte te geven om van beide ouders te houden. Het hof wijst de ouders er op dat zij over en weer op grond van artikel 1:247 lid 3 BW de plicht hebben om de ontwikkeling van de banden van de kinderen met de andere ouder te bevorderen en dus ook de verplichting om elkaar te informeren over alle relevante informatie met betrekking tot de kinderen.

4.5
[C] heeft de ouders geadviseerd de training "Kinderen uit de knel" te volgen. Het hof is met [C] van oordeel dat het noodzakelijk is dat de ouders deze training gaan volgen. Ter zitting in hoger beroep is gebleken dat de moeder zich reeds heeft aangemeld voor de training, maar dat de vader dit nog niet heeft gedaan omdat hij had begrepen dat eerst alle juridische procedures moesten zijn afgerond. De vader heeft ter zitting toegezegd dat hij zich alsnog gaat aanmelden voor de training. Het hof gaat ervan uit dat de vader zijn toezegging zal nakomen. Daarnaast gaat het hof ervan uit dat de vader en de moeder zich in het kader van de training zullen inzetten als goede ouders die het beste met de kinderen voor hebben. Het behoort tot de ouderlijke verantwoordelijkheid te blijven zoeken naar mogelijkheden om de invulling van de gezamenlijke ouderlijke taken te optimaliseren en niet is gebleken dat die mogelijkheden al zijn beproefd. Het hof wijst de ouders er in dit verband op dat wanneer door toedoen van één van beide partijen de training niet kan worden afgerond, dan wel wanneer de onderlinge verstandhouding en communicatie tussen de ouders niet in positieve zin wijzigt, een (nieuwe) melding bij [C] in de rede ligt.

4.6
Het hof merkt ten overvloede op dat het - anders dan de moeder lijkt te veronderstellen - niet zo is dat [de minderjarige1] zelf mag bepalen bij wie hij gaat wonen, omdat hij nu 12 jaar is. Het hiervoor gegeven oordeel waar [de minderjarige1] (en [de minderjarige2] en [de minderjarige3] ) hun hoofdverblijf hebben, is - en dit is ook met [de minderjarige1] besproken tijdens het kindgesprek - een beslissing van het hof, en derhalve niet van [de minderjarige1] , waarbij het hof niet alleen de mening van [de minderjarige1] heeft meegewogen maar ook alle overige omstandigheden en belangen.

4.7
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de grieven van de moeder tevergeefs zijn voorgesteld.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:10113