Alimentatie en vermogen. Van welk rendement wordt uitgegaan bij de bepaling van de draagkracht?

In deze casus heeft de alimentatieplichtige aangetoond dat zijn inkomsten uit vermogen lager zijn dan het fictieve rendement van 4% zoals voor de inkomstenbelasting (box III) geldt. Het gerechtshof oordeelt dat in een dergelijk geval voor de bepaling van de draagkracht het feitelijke inkomen bepalend is.

Deze uitspraak van het gerechtshof Den Bosch van 28 april 2009 heeft helaas geen LJN nummer. Wel is de uitspraak gepubliceerd in Rechtspraak Familierecht (RFR 2009, 85).