Eenvoudige gemeenschap van woning. Voor welk deel hebben partijen recht op de opbrengst na verkoop en wie betaalt de kosten?

9. De man stelt zich op het standpunt dat op grond van de redelijkheid en billijkheid zowel de verkoopopbrengst als de kosten van de woning tussen partijen bij helfte moeten worden verdeeld, zodat de man ter zake geen bedrag meer verschuldigd is aan de vrouw. Dit - naar het hof begrijpt - omdat de man altijd de hypothecaire lasten en het reguliere onderhoud van de woning heeft betaald. Het hof begrijpt voorts uit de toelichting op de grief dat de man de mening is toegedaan dat indien de opbrengst naar rato wordt verdeeld, ook de kosten naar rato moeten worden gedragen.

10. De vrouw is van mening dat de rechtbank terecht heeft beslist zoals zij heeft gedaan. Volgens de vrouw zou een andere verdeling van de kosten van de woning het grotere aandeel van de vrouw in de aanschafprijs van de woning weer teniet doen. Dat de man naar evenredigheid van inkomen de hypothecaire lasten heeft betaald, doet daaraan niet af. Deze lasten vallen volgens de tussen partijen geldende huwelijkse voorwaarden onder de kosten van de huishouding, aldus de vrouw. De vrouw betwist voorts dat de man altijd het reguliere onderhoud van de woning heeft betaald, indien al van onderhoud sprake zou zijn geweest.

11. Het hof overweegt dat de goederenrechtelijke eigendomsverhoudingen tussen partijen niet op grond van de redelijkheid en billijkheid kunnen worden gewijzigd. In het midden kan dan ook blijven voor welk deel de man gedurende het huwelijk de hypothecaire lasten en het reguliere onderhoud heeft betaald. Ook dat verandert immers niets aan de goederenrechtelijke eigendomsverhoudingen. In zoverre tref de grief van de man geen doel. Conclusie is dat de man voor zijn deel van 40% en de vrouw voor haar deel van 60% is gerechtigd in de verkoopopbrengst van de voormalige echtelijke woning.

12. Ten aanzien van de kosten van het registergoed overweegt het hof als volgt. Ingevolge artikel 3:172 BW delen de deelgenoten, tenzij een regeling anders bepaalt, naar evenredigheid van hun aandelen in de vruchten en andere voordelen die het gemeenschappelijk goed oplevert, en moeten zij in dezelfde evenredigheid bijdragen tot de uitgaven die voortvloeien uit handelingen welke bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht. Daarbij is van belang dat de rechtsrelatie tussen deelgenoten in een onverdeelde boedel mede wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Wat redelijk en billijk is, is afhankelijk van alle feiten en omstandigheden van het geval.

13. Op grond van voormeld artikel dient de man voor 40% en de vrouw voor 60% bij te dragen in de kosten van de verkoop van de woning bestaande uit de kosten van de doorhaling van de akte, de makelaarscourtage en de kosten van de spoedoverboeking.

Gerechtshof Den Haag 24 juni 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1902