Vrouw gaat vreemd en bedriegt de man over het vaderschap van later geboren kind. Geen recht op partneralimentatie.

De rechtbank gaat voorbij aan deze stellingen van de vrouw. Vaststaat dat zij de man heeft bedrogen en dat hij daardoor tot de erkenning van [de minderjarige] is bewogen. Verder kunnen de door de vrouw gestelde trouwplannen in 2008, gelet op de betwisting door de man en zijn stelling dat hij in 2009 nog voornemens was om zijn medewerking aan verlenging van de verblijfsvergunning te onthouden, niet afdoen aan de stelling van de man dat hij in 2010 uitsluitend door zijn vermeende vaderschap van [de minderjarige] is bewogen tot het huwelijk met de vrouw. De man was gehouden informatie over het verbreken van de relatie door te geven aan de IND. Grievend jegens de vrouw kan dit derhalve niet worden genoemd. Voorts is de vrouw in de procedure betreffende de vernietiging van de erkenning, alsook in onderhavige procedure, bijgestaan door een advocaat, zodat zij niet in haar procesrechtelijke belangen is geschaad.

Op grond van voorgaande feiten en omstandigheden, is de door het huwelijk ontstane lotsverbondenheid als bedoeld in artikel 1:157 van het Burgerlijk Wetboek (BW) tussen de man en de vrouw geëindigd. De vrouw heeft zich jegens de man dermate grievend gedragen dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevergd bij te dragen in haar levensonderhoud. Derhalve zal het verzoek om partneralimentatie worden afgewezen.

Rechtbank ’s-Gravenhage 12 november 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:30521