Verzoeker trekt de procedure in vóór de behandeling; beslissing over de proceskosten.

De redelijkheid en billijkheid brengen mee dat in zaken tussen ex-partners niet te snel tot een kostenveroordeling ten laste van een der partijen wordt overgegaan. Een zakelijk “gelijk” van de een op een of meer onderdelen van de rechtsstrijd tussen partijen betekent immers niet zonder meer dat de ander, de aard van de geschilpunten in aanmerking genomen, de zaak zonder behoorlijke gronden aanhangig heeft gemaakt of verweer heeft gevoerd tegen de verzoeken van de ander. Die gronden kunnen deels gelegen zijn in de emotionele geladenheid van de problematiek. De rechter in familierechtelijke aangelegenheden zou zijn taak miskennen, indien hij uitsluitend toegankelijk zou zijn voor een zakelijke en juridische argumentatie. Om die reden behoren geen te hoge drempels te worden opgeworpen voor de toegang tot de rechter. Ook in familierechtelijke zaken kunnen zich echter gevallen voordoen waarbij het juist in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn de kosten te compenseren (zie Gerechtshof Leeuwarden 19-11-2008, LJN: BG4803).
Van dit laatste is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval geen sprake. Het verzoek van de man valt niet op voorhand aan te merken als kennelijk onrechtmatig of ongegrond. De man heeft naar het oordeel van de rechtbank geen misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid om de vrouw in rechte te betrekken. Voor een proceskostenveroordeling acht de rechtbank dan ook geen plaats.
Rechtbank Roermond, 21 april 2010, LJN
BM2358