Op 12 april 2011 heeft de Eerste Kamer de Wet Aanpassing Wettelijke Gemeenschap van Goederen aangenomen

Het huwelijksvermogensrecht, waarop het wetsvoorstel betrekking heeft, vormt een ingewikkelde materie. Dat blijkt ook uit het wetsvoorstel en de daarin tijdens de behandeling in de Tweede Kamer aangebrachte wijzigingen. Van belang is dat over kwesties van huwelijksvermogensrecht vele procedures plaatsvinden. Meerwaarde biedt het wetsvoorstel doordat thans veelal als onbillijk ervaren regelingen worden aangepast:
– de regels voor vergoedingsrechten, die thans in beginsel slechts aanspraak geven op vergoeding van het nominale bedrag dat is bijgedragen, ongeacht de daarmee gerealiseerde waardestijging;
– de regel dat ook gedurende de echtscheidingsprocedure nieuwe schulden nog in de huwelijksgemeenschap vallen;
– daarnaast kan met het wetsvoorstel worden voorkomen dat priveĢ- vermogen van een echtgenoot, dat tijdens het huwelijk niet blootstaat aan verhaal voor door de andere echtgenoot aangegane schulden, na echtscheiding voor die schulden alsnog kan worden uitgewonnen. Voorts brengt het wetsvoorstel vereenvoudigingen en verbeteringen door middel van de volgende wijzigingen:
– grotere gelijkheid tussen de echtgenoten in de regeling voor het bestuur over gemeenschapsgoederen;
– het recht van de echtgenoten op informatie over het gevoerde bestuur wordt uitgebreid;
Eerste Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 28 867, E 1
– voor wijziging van het huwelijksgoederenregime tijdens huwelijk is rechterlijke goedkeuring niet langer vereist.