Wat zijn de mogelijkheden als de gezagsdrager zijn of haar medewerking weigert aan een omgangs- of zorgregeling?

Familierecht. Belang van het kind en het recht op omgang. Met gezag belaste ouder weigert stelselmatig en zonder goede gronden mee te werken aan omgangsregeling tussen kind en andere ouder. Taak rechter om te bevorderen dat omgangsregeling tot stand komt. Art. 8 EVRM, art. 9 lid 3 IVRK en art. 24 lid 3 EU-Handvest. Art. 1:377a BW.

In jurisprudentie en literatuur worden verschillende handhavingsmethoden onderscheiden19. In dit verband worden wel genoemd:

- begeleiding door derden van de omgang;

- wijziging van de bestaande omgangsregeling;

- opschorting van de verplichting tot betaling van (kinder)alimentatie;

- een aansporend boetebeding in de overeenkomst tot regeling van de omgang.

Daarnaast kan een beroep worden gedaan op de algemene executiemogelijkheden:

- veroordeling tot medewerking aan de uitvoering van een omgangsregeling op straffe van een dwangsom (art. 611 Rv);
-
lijfsdwang (art. 585 Rv);

Ook bij het al dan niet verbinden van dwangmiddelen aan een omgangsregeling wordt het belang van het kind als maatstaf gehanteerd.

Uit Boek 1 BW zijn nog van belang de volgende mogelijkheden:

- benoeming van een bijzondere curator (art. 1:250 BW);

- het treffen van een kinderbeschermingsmaatregel (ondertoezichtstelling);

- wijziging van het gezag of van de hoofdverblijfplaats van het kind

In bepaalde gevallen kan het strafrecht worden ingezet om te voorkomen dat bij omgang in het kader van een omgangsregeling het kind aan het ouderlijk gezag wordt onttrokken (art. 279 Sr). Dit laatste biedt de vader hier geen baat, omdat hij niet het gezag heeft.

Conclusie A-G mr. G.F. Langemeijer ECLI:NL:PHR:2013:1136