Rechtmatigheid lijfsdwang na niet-nakoming omgangsregeling

Deze casus gaat over het probleem dat een partij stelselmatig weigert een door de rechter vastgestelde omgangsregeling na te komen. Dit komt met enige regelmaat voor en levert schrijnende gevallen op. In dit geval blijft de vrouw haar medewerking weigeren waardoor de man uiteindelijk overgaat het tot uitoefenen van lijfsdwang. Het gaat hier om een "ultimum remedium". Pas als al het andere heeft gefaald kan het uitoefenen van lijfsdwang uitkomst bieden. De voorzieningenrechter oordeelde als volgt:
" De vrouw heeft desgevraagd geantwoord dat zij niet van plan is en ook niet in staat is de dwangsom te voldoen aangezien zij een bijstandsuitkering geniet. De vrouw handhaaft haar standpunt dat zij geen medewerking zal verlenen aan de tenuitvoerlegging van de omgangsregeling. Vastgesteld moet worden dat ten minste twee maal het verbeuren van de dwangsom niet heeft geleid tot nakoming van de omgangsregeling. De opgelegde dwangsom is dan ook geen effectief middel gebleken om de nakoming te bewerkstelligen.
Hiermee is voldoende aannemelijk geworden dat een ander dwangmiddel dan lijfsdwang onvoldoende uitkomst zal bieden. Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van de man bij toepassing van de lijfsdwang opweegt tegen het belang van de vrouw bij het achterwege blijven daarvan. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat de vrouw desgevraagd geen klemmende redenen kon aanvoeren die zich tegen de lijfsdwang verzetten – zo zou tijdens haar gijzeling door haar ouders en een meerderjarige dochter voor het kind worden gezorgd - terwijl de man een zwaarwegend belang heeft bij het - eindelijk- kunnen verwezenlijken van de omgangsregeling met het kind waarvan hij al geruime tijd verstoken is gebleven. Onder deze, hierbij de eerder genoemde ineffectiviteit van de opgelegde dwangsommen betrekkende, omstandigheden acht de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van het vonnis van 3 februari 2010 door middel van lijfsdwang (van vier dagen) niet disproportioneel."
Voorzieningenrechter Rechtbank Assen, 23 maart 2010, LJN
BL9070