Strenge eisen voor beeindiging alimentatie

De man heeft ter zitting onder verwijzing naar de beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 januari 2010 (LJN: BL0867) gesteld dat op grond van de in onderling verband en in samenhang beschouwde feiten en omstandigheden tot een rechtsvermoeden van wederzijdse verzorging en gemeenschappelijke huishouding dient te worden geconcludeerd. Volgens de man bestond een stelselmatige affectieve relatie, waaruit inmiddels een kind is geboren en er zal volgens hem dus ook een gemeenschappelijke huishouding hebben bestaan.

De vrouw heeft ter zitting gepersisteerd in haar standpunt dat het onderzoeksrapport hooguit aantoont dat aan een van de criteria wordt voldaan, maar dat samenwonen en het hebben van een relatie niet per se samen gaan. Volgens de vrouw ontbreekt aanvullend bewijs betreffende de overige criteria.

Overwegingen rechtbank

In de onderhavige zaak staat, op grond van de verklaringen van partijen en het onderzoeksrapport van [detectivebureau] vast dat:
- [naam] gedurende de observatieperiode regelmatig in de nachten in de woning van de vrouw heeft verbleven;
- de vrouw van [naam] een kind verwachtten (dat inmiddels, naar de rechtbank begrijpt, is geboren);
- de vrouw en [naam] gezamenlijk (met buren) op vakantie zijn geweest.

De man heeft slechts in algemene bewoordingen, met verwijzing naar het rapport en het kind gesteld, en (nog) onvoldoende aangetoond dat aan de hiervoor genoemde criteria wordt voldaan. Hij zal, gegeven de standpunten van partijen en gelet op zijn bewijsaanbod, in de gelegenheid worden gesteld om nader bewijs daarvan te leveren. Daarbij wordt opgemerkt dat thans niet voldoende is aangevoerd om, in onderlinge samenhang bezien, de man voorshands in het door hem te leveren bewijs geslaagd te achten. Met name ten aanzien van de wederzijds verzorging is nog zeer weinig gebleken. Daarop zal nader bewijs zich dan ook voor een belangrijk deel dienen toe te spitsen. Wel wordt overwogen dat naarmate de man in staat is meer bewijs te leveren van de affectieve duurzame relatie tussen de vrouw en [naam], de enkele betwisting door de vrouw, die deze relatie heeft ontkend, ook op de andere aspecten (mogelijk) niet meer als voldoende zal worden beschouwd, op welk moment zij wordt toegelaten tegenbewijs te leveren.

Rechtbank Zutphen, 24 augustus 2010, LJN: BN5155