Gezagsbeëindiging. Vrouw overleden bij huiselijk geweld. Vader is daarvan verdachte en is gedetineerd. Hij kan niet zorg en verantwoordelijk over minderjarige dragen.

4. De raad heeft ter zitting – kort samengevat – als volgt verweer gevoerd. De minderjarige was nog geen vijf toen zijn moeder uit zijn leven werd gerukt en hij als gevolg van diens detentie ook zijn vader kwijtraakte. Hij is een kind dat intensieve hulp nodig heeft de komende jaren door de handelingen van zijn vader. De vader kan feitelijk geen invulling geven aan zijn gezag. De minderjarige wil met beide families contact hebben. De onderlinge verhoudingen tussen die families zijn zeer gespannen. De raad acht het niet in belang van de minderjarige als hij bij één van die families wordt ondergebracht.

5. Het hof stelt voorop dat de rechter ingevolge artikel 1:266 lid 1 BW het gezag van een ouder kan beëindigen, indien:
a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
b. de ouder het gezag misbruikt.

6. Het hof is op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en beslist zoals zij heeft gedaan. Het hof neemt die gronden over. In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden aangedragen die tot een andersluidend oordeel kunnen leiden. Daarbij neemt het hof het volgende in aanmerking. Na huiselijk geweld van de zijde van de vader is de moeder in januari 2015 overleden. Sindsdien is de vader gedetineerd. Het strafrechtelijk onderzoek naar de vader ter zake van het overlijden van de moeder is nog niet afgerond, maar hij heeft bekend, zodat het hof ervan uitgaat dat hij meerdere jaren gedetineerd zal zijn. Feitelijk is hij dan ook niet in staat om de zorg en de verantwoordelijkheid te dragen voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Reeds voorafgaand aan het overlijden van de moeder, bestonden er veel spanningen tussen de familie van moederszijde en vaderszijde. Die spanningen zijn daarna toegenomen. Daarnaast heeft de vader de minderjarige de kans ontnomen om zijn moeder beter te leren kennen. Er is geen draagvlak bij beide families om de broer van de vader te belasten met de voogdij. Met de rechtbank is het hof dan ook van oordeel dat een neutrale derde de voogdij op zich dient te nemen.

Gerechtshof Den Haag 6 januari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:8