Tot wanneer werken voorlopige voorzieningen (bijdrage levensonderhoud) door?

Vast staat dat de vrouw in de eerste aanleg zelf om de echtscheiding heeft gevraagd daarbij stellende dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw heeft derhalve in de bestreden beslissing gekregen wat zij heeft verzocht, zodat zij geen belang heeft bij haar beroep tegen de echtscheiding. Dit zou slechts anders zijn indien de vrouw een gerechtvaardigd belang heeft om gelijktijdig met de echtscheiding de beslissing op de nevenvoorzieningen te krijgen. De vrouw heeft in dat kader echter onvoldoende gesteld om dat belang aan te kunnen nemen. Het enkele financiële belang is daartoe onvoldoende. Daar komt bij dat de vrouw kennelijk uit het oog verloren is dat, zoals de advocaat van de man in de brief van 30 september 2015 aan het hof terecht heeft opgemerkt, de voorlopige voorzieningen en dus de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw, doorwerken totdat de beslissing over de partneralimentatie in kracht van gewijsde gegaan is. Er is dus vooralsnog geen sprake van een situatie dat de vrouw dreigt zonder middelen achter te blijven. De overige verzoeken van partijen in het principaal (en het incidenteel) appel, derhalve ook het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen tot betaling van een voorschot op de overbedelingsuitkering van € 300.000,-, zullen na de te gelasten mondelinge behandeling worden behandeld en beslist.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 november 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:4605

Noot: Het lijkt erop dat de advocaat die dit hoger beroep heeft ingesteld namens de vrouw een wettelijke bepaling over het hoofd heeft gezien. Het hof refereert aan het bepaalde in artikel 826 lid 1 onder c Rv.