Rechter onbevoegd tot het treffen van een voorlopige voorziening betreffende het gezag indien een rechter in een andere lidstaat al een beslissing terzake heeft genomen

Het gaat in deze zaak om mevrouw Deticek die de Sloveense nationaliteit heeft en de heer Sgueglia die de Italiaanse nationaliteit heeft. Zij waren gehuwd en woonden voorafgaande aan een echtscheidingsprocedure 25 jaar in Italië. Op 25 juli 2007 heeft de competente rechter in Tivoli (Italië) beslist dat de man alleen het gezag kreeg over de in 1997 geboren dochter Antonella van partijen. Op dezelfde dag heeft de vrouw het kind meegenomen naar Slovenië alwaar zij nog steeds met haar dochter woonachtig is.
De rechter in Slovenië heeft het oordeel van de Italiaanse rechter erkend waardoor de man een procedure is gestart om het kind terug te laten keren naar Italië. In de tussentijd heeft de Sloveense rechter wel een voorlopige voorziening gegeven waardoor het kind voorlopig bij moeder kon blijven. Het belang van het kind was daarbij doorslaggevend. Het kind had aangegeven bij de moeder te willen blijven.
Tegen het vorenstaande oordeel is de man in hoger gegaan. De appelrechter heeft aan het Hof van Justitie de vraag voorgelegd of het mogelijk is dat de rechter van een lidstaat een voorlopige voorziening geeft terwijl een andere rechter (uit een andere lidstaat) reeds een oordeel heeft gegeven over het gezag en dit oordeel werd erkend. Het Hof van Justitie is duidelijk:
" Artikel 20 van verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1347/2000, moet aldus worden uitgelegd dat in omstandigheden als die van het hoofdgeding een gerecht van een lidstaat op grond daarvan niet een voorlopige maatregel met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid mag nemen waarbij het gezag over een kind dat zich op het grondgebied van deze lidstaat bevindt, aan een van zijn ouders wordt toegewezen, wanneer een gerecht van een andere lidstaat, dat volgens deze verordening bevoegd is om ten gronde over het gezag over het kind te beslissen, reeds een beslissing heeft gegeven waarbij het gezag over dit kind voorlopig aan de andere ouder is toegewezen, en deze beslissing op het grondgebied van de eerste lidstaat uitvoerbaar is verklaard."
Hof van Justitie EG, 23 december 2009, zaaknummer C403-09, Deticek.