Is een ter zitting bij de rechtbank overeengekomen (minimale) kinderalimentatie aantastbaar in hoger beroep? Spijtoptant.

Het hof overweegt als volgt.

4.3
De man is op grond van artikel 1:392 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) verplicht bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . Bij de bepaling van het verschuldigde bedrag aan levensonderhoud wordt ingevolge artikel 397 van boek 1 BW rekening gehouden met zowel de behoefte van de minderjarige, als de draagkracht van de onderhoudsplichtige.

4.4.
In de bestreden beschikking, een schriftelijk stuk met dwingende bewijskracht, is vastgelegd dat partijen ten overstaan van de rechtbank een door de man te betalen kinderbijdrage van € 25,- per maand zijn overeengekomen. Bij gebreke van tegenbewijs is in hoger beroep de gesloten overeenkomst uitgangspunt. De vraag moet vervolgens worden beantwoord of deze overeenkomst kan worden aangetast op de wijze die de man in dit hoger beroep voor ogen staat. Het enkele feit dat de man na de zitting van mening is veranderd over zijn mogelijkheden tot betaling van de overeengekomen kinderbijdrage, kan er niet toe leiden dat wordt voorbijgegaan aan de gemaakte afspraak. Het standpunt van de man biedt ook verder onvoldoende aanknopingspunten om de overeenkomst aantastbaar te achten. Dat geldt temeer nu de afspraak door de man is gemaakt met bijstand van zijn advocaat. Wel kan de overeengekomen kinderbijdrage op grond van artikel 1:401 BW lid 1 worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer deze nadien door een wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen. Gesteld noch gebleken is dat de omstandigheden van de man zijn gewijzigd sinds partijen meergenoemde overeenkomst hebben gesloten. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is gebleken dat de man ten tijde van de zitting in eerste aanleg en ook thans nog een Wwb-uitkering ontvangt en al enkele jaren met een bedrag van € 341,- per maand aflost op een volgens de man reeds sinds 2007 of 2008 bestaande schuld bij de ABN AMRO Bank. Een wijziging van de overeengekomen bijdrage op grond van gewijzigde omstandigheden is dan ook niet aan de orde.

4.5.
Voor zover de man heeft willen betogen dat de overeenkomst gewijzigd of ingetrokken dient te worden omdat deze is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven overweegt het hof als volgt. Op grond van artikel 1:401 lid 5 BW mag geen duidelijke wanverhouding bestaan tussen de onderhoudsbijdrage waartoe de rechter zou hebben beslist en die welke partijen zijn overeengekomen. Het betreft dan gevallen waarin partijen onopzettelijk door onjuist inzicht of onjuiste gegevens van de wettelijke maatstaven zijn afgeweken.
Bij een bijdrage van de beperkte omvang die hier aan de orde is, kan niet worden gesproken van een wanverhouding. Dat geldt ook als daarbij wordt betrokken dat de man over beperkte financiële mogelijkheden beschikt.

De grief van de man faalt, zodat het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen.

Gerechtshof Amsterdam 10 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4609