Zijn belastingschulden verknochte schulden in de zin van art. 1:94 lid 3 BW?

De door belanghebbende bepleite verknochtheid volgt niet uit de enkele omstandigheid dat het hier gaat om belastingschulden van de echtgenoot (HR 25 juni 1993, nr. 14996, NJ 1994, 31). Voorts heeft belanghebbende geen feiten gesteld die verknochtheid meebrengen in verband met de aard van de baten waarop die schulden betrekking hebben. Anders dan belanghebbende voorstaat, doet voor de vraag naar de verknochtheid van de schulden niet ter zake dat de verschuldigde belasting over de desbetreffende baten bij wijze van schatting is bepaald.

In de conclusie van de Advocaat Generaal wordt nog de Leidraad Invordering 1990 aangehaald waarin het volgende is opgenomen in artikel 32, paragraaf 2:

Een belastingschuld kan in principe worden aangemerkt als een gemeenschapsschuld.

De woorden 'in principe' laten een uitzondering toe vanwege de bijzondere verknochtheid van de belastingschuld aan een echtgenoot. Te denken valt aan schulden ter zake van de betaling van schenkings- en successierecht wegens een verkrijging die buiten de gemeenschap viel.

Van een uitzondering als de onderhavige was in deze casus geen sprake. Het ging om navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekering.

Hoge Raad 26 februari 2010, LJN BK1519