Man heeft diensten verricht voor zijn schoonbroer en kreeg hiervoor klassieke auto's. Behoren deze vermogensbestanddelen tot het te verrekenen vermogen? Huwelijkse voorwaarden.

Allereerst dient antwoord te worden gegeven op de vraag of bovengenoemde klassieke auto's tot het te verrekenen vermogen behoren. De man stelt zich op het standpunt dat dit niet het geval is, terwijl de vrouw aangeeft dat dit wel het geval is. Het hof is van oordeel dat bovenstaande vraag ontkennend dient te worden beantwoord. Ten eerste heeft de vrouw ter zitting desgevraagd verklaard dat de man via haar broer in Amerika auto's heeft aangeschaft, waarvoor de man nimmer geld heeft betaald. De man verrichtte volgens haar (door haar niet gespecificeerde) diensten voor haar broer, waartegenover haar broer ervoor zorgde dat de man klassieke auto's ontving. Het vorenstaande brengt met zich dat niet is komen vast te staan dat de klassieke auto's zijn aangekocht met verrekenbaar inkomen en/of vermogen zoals de vrouw heeft betoogd. Het hof gaat aan de stelling van de vrouw dat de man van de belastingteruggaven (en derhalve volgens haar met verrekenbaar inkomen en/of vermogen) onderdelen kocht, die hij vervolgens gebruikte voor het opknappen van de klassieke auto's, voorbij, nu de vrouw deze stelling pas eerst ter zitting in hoger beroep heeft ingenomen, de man dit heeft ontkend en de vrouw deze stelling in het geheel niet heeft onderbouwd. Van enige belegging van verrekenbaar inkomen en/of vermogen in de klassieke auto's is dan ook niet gebleken. Ten tweede staat vast dat de man aan het begin van het huwelijk reeds een aantal klassieke auto's bezat, nu dit vermeld is op de staat van aanbrengsten bij de huwelijkse voorwaarden. In de procedure is naar voren gekomen dat de man met deze auto's hobbymatig handelde in die zin dat hij ze veelal opknapte, weer verkocht en van de opbrengst weer andere auto's kocht. Een en ander rechtvaardigt de conclusie dat het, gelet op de aard en omvang van de verrekenplicht, niet redelijk of billijk is de op deze wijze verkregen auto's tot het te verrekenen vermogen te rekenen. Derhalve komt naar het oordeel van het hof de verkoopopbrengst dan wel de waarde van de klassieke auto's ook niet (geheel of ten dele) voor verrekening in aanmerking.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:354