Wegens grievend gedrag van de vrouw (ook bij psychische afwijking) is aanspraak op partneralimentatie geeindigd

Bij de beantwoording van de vraag of aan één der gewezen echtgenoten ten laste van de ander een uitkering tot levensonderhoud moet worden toegekend, kunnen ook niet financiële factoren, zoals grievend gedrag, een rol spelen. In uitzonderlijke gevallen kan
grievend gedrag van één der gewezen echtgenoten ten opzichte van de ander tot de conclusie leiden dat aan iedere lotsverbondenheid tussen de gewezen echtgenoten, welke lotsverbondenheid de grondslag vormt van een onderhoudsverplichting als bedoeld in artikel 1:157 BW, een einde is gekomen. In een zodanig geval kan geoordeeld worden dat betaling van een uitkering tot levensonderhoud in redelijkheid niet kan worden gevergd. Ook kan grievend gedrag van één der gewezen echtgenoten tegenover de ander aanleiding zijn om de onderhoudsverplichting te matigen.

In het algemeen geldt dat bij de beoordeling in een concreet geval of een zodanige situatie zich voordoet, terughoudendheid dient te worden betracht, mede gelet op het onherroepelijke karakter van een beëindiging dan wel matiging. Voorts dient bedacht te
worden dat het op zichzelf niet ongebruikelijk is dat een relatiebreuk dan wel echtscheiding gepaard gaat met de nodige emoties. Niet iedere vorm van wangedrag dan wel grievend gedrag is daarom aanleiding om de onderhoudsverplichting te matigen of te beëindigen.

Uit de verdere stukken in het dossier blijkt naar het oordeel van het hof afdoende dat de houding van de vrouw jegens de man en de kinderen weinig veranderd is, dat sprake is van een hoog recidivegevaar en dat het toekomstbeeld somber is. Dit komt het meest duidelijk naar voren in de faxbrief van het OM van 25 oktober 2012 aan de advocaat van de man waarin de OvJ ingaat op een aantal overwegingen van de rechtbank van de beschikking van 6 maart 2012 waarbij bevel tot verpleging van overheidswege is gegeven. Zo heeft de rechtbank, aldus voornoemde brief, overwogen dat de nog immer intense haat- en wraakgevoelens jegens haar ex-partner en de boosheid op haar kinderen een rode draad is in de behandeling van de vrouw. Uit de recent opgemaakte deskundigenrapportages (NIFP) blijkt dat bij de vrouw, naast de (eerder bekende) borderlinepersoonlijkheidsstoornis, sprake is van een ernstige en hardnekkige waanstoornis, die zonder behandeling niet milder wordt of dooft. Het recidiverisico op hernieuwde stalking is hoog en ook zwaarder geweld tegen haar ex-man, ex-schoonvader en de kinderen kan allerminst worden uitgesloten. De prognose is volgens de deskundigen somber. Op basis van deze uitkomsten heeft de rechtbank geconcludeerd dat een hoog tot zeer hoog beveiligingsniveau nodig is naast een hoge zorgintensiteit.

In het licht van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof aannemelijk dat de uitlatingen en gedragingen van de vrouw op 10 februari 2012 een onherroepelijk einde hebben gemaakt aan het gevoel van lotsverbondenheid van de man jegens de vrouw. Dit terwijl juist die verbondenheid, ontstaan door het huwelijk, één van de voornaamste gronden is voor de alimentatieplicht. Alle omstandigheden in aanmerking nemend, is het hof dan ook van oordeel dat van de man in redelijkheid niet meer gevergd kan worden dat hij een bijdrage levert aan de kosten van levensonderhoud van de vrouw omdat door haar kwetsende en grievende gedrag jegens hem van lotsverbondenheid geen sprake meer is. De rechtbank heeft op goede gronden de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw op nihil gesteld.

Het hof neemt aan dat het gedrag van de vrouw wordt veroorzaakt door haar psychische stoornis(sen), maar dit maakt niet dat haar gedrag daardoor verontschuldigbaar is. Ook wanneer wordt aangenomen dat de vrouw, zoals van haar verlangd mag worden, alles in het werk stelt om haar gedrag te veranderen dan wel in te perken door adequate hulpverlening (gedwongen) te accepteren, verandert dit niets aan de enorme impact die haar gedragingen op de man en de kinderen hebben gehad en nog hebben en dat haar gedragingen/uitlatingen niet passen bij haar verzoek om handhaving van een bedrag aan partneralimentatie.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 oktober 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:7815