Kan een vordering tot verrekenen op grond van de redelijkheid en billijkheid tot nihil worden gereduceerd?

De man heeft de onderbouwde stelling van de vrouw dat een eventuele verrekenvordering zal leiden tot de ondergang van het bedrijf, althans dat dit het bedrijf buiten staat zal stellen in de naaste toekomst een eventuele matige tegenslag te overleven, niet (voldoende gemotiveerd) weersproken. Ook de jaarrekeningen van de onderneming van de vrouw als zodanig bieden geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat de vrouw winsten in haar onderneming heeft “opgepot”. Gelet daarop is het hof van oordeel dat op grond van de redelijkheid en billijkheid van enige nadere verrekening tussen partijen geen sprake kan zijn. De uitkering ter zake van een eventuele verrekeningsvordering mag immers geen beletsel zijn voor de vrouw om haar onderneming, die haar bron van inkomsten is, te kunnen behouden.

Er wordt gesproken van een vordering en geen verzoek omdat deze procedure kennelijk met een dagvaarding en niet met een verzoekschrift werd ingeleid.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 januari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:4