Moeder houdt kinderen thuis van school, sportactiviteiten en sociale activiteiten zonder rechtsgrond. Verbod om kinderen zonder rechtsgrond bij zich te houden toegewezen.

Sinds medio juni 2009 vindt er op initiatief van moeder geen, dan wel beperkt, omgang meer plaats met de minderjarigen. Wel is het sinds de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij vader een aantal keren voorgekomen dat moeder één van de kinderen zonder toestemming van vader en SBJO bij vader weghoudt. De kinderen worden dan thuis gehouden van school, sport en overige sociale activiteiten. Vader heeft dientengevolge al drie keer een kort geding procedure moeten starten, te weten in juli 2009, oktober 2009 en december 2009. In al deze procedures is moeder veroordeeld om [naam] of [naam] terug te brengen naar vader. Sinds de laatste procedure in december 2009 is het een tijd rustig geweest. Echter op 3 juni 2010 heeft moeder [naam] zonder toestemming van vader of SBJO bij zich gehouden. [naam] heeft sindsdien allerlei schoolse en sociale verplichtingen gemist. Moeder is niet bereikbaar en bereid om [naam] naar vader terug te laten keren, waardoor vader wederom genoodzaakt is een kort geding procedure te voeren. Een proceskostenveroordeling is volgens vader op zijn plaats, zeker gelet op de inmiddels vierde kort geding procedure.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het in het belang van [naam] is dat hij terugkeert naar zijn vader en [naam] Er ligt een beschikking waarin is bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij vader hebben. De vordering die ziet op het terugbrengen van [naam] komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt dan ook toegewezen.

De vordering moeder te verbieden om [naam] of [naam] in de toekomst, zonder rechtsgrond dan wel rechtsgeldige reden bij zich te houden, althans weg te houden bij vader zal eveneens worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende. Ter zitting heeft de Raad in het belang van de minderjarigen voorgesteld om voor hen een ruimte te creëren, waarbinnen zij toch contact met moeder kunnen hebben. Het is dan de bedoeling dat er op straffe van verbeurte van een dwangsom dertien dagen geen contact is en dat er vervolgens één dag, te weten op een zondag in de oneven weken van 10.00 uur tot 17.00 uur, boetevrij contact tussen moeder en de minderjarigen kan zijn. Teneinde misverstanden te voorkomen is daarbij afgesproken dat 20 juni 2010 een oneven zondag is en zo verder. Let wel, dit is geen omgangsregeling. Nu vader uiteindelijk hiermee in kon stemmen, zal de voorzieningenrechter één en ander vaststellen zoals hierna weergegeven.

Rechtbank Almelo 22 juni 2010, LJN: BM8959