Oordeel in voorlopige voorzieningen over ontbreken draagkracht man voor partnerbijdrage werkt door in echtscheidingsprocedure / bodemzaak waar de man niets is verschenen en geen verweer heeft gevoerd.

Gezien die beslissing heeft het op de weg van de vrouw gelegen om, zo zij van oordeel is dat de man toch de gestelde draagkracht heeft, haar in deze bodemprocedure verzochte partnerbijdrage uit eigen beweging hetzij schriftelijk nader met feiten en omstandigheden te onderbouwen, hetzij schriftelijk gemotiveerd aan te dringen op een mondelinge behandeling. Nu de vrouw noch het een noch het ander heeft gedaan, moet het ervoor worden gehouden dat de aan de beslissing van 18 januari 2016 ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zich nog ongewijzigd voordoen. Kortom, de verzochte partnerbijdrage dient op dezelfde gronden bij gebreke van draagkracht zijdens de man te worden afgewezen.

Rechtbank Limburg 12 april 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:3429