Van welke waarde wordt uitgegaan bij verdeling van een MGE woning?

De rechtbank overweegt dat de vrouw het bestaan van de afspraak, inhoudende dat partijen de woning zullen verdelen waarbij de taxatiewaarde van € 190.000,- heeft te gelden als de uiteindelijke waarde waartegen de woning aan de man zal worden toegedeeld, onvoldoende heeft onderbouwd. Daartoe is het volgende redengevend. Partijen hebben destijds samen de woning gekocht zodat de vrouw op de hoogte was, of in ieder geval op de hoogte had moeten zijn, van de terugkoopverplichting en de daarmee verbonden regeling tot bepaling van de verkoopprijs, waarbij de getaxeerde waarde als “vertrekpunt” (variabele T2) van de berekening heeft te gelden en de uitkomst van de berekening als de uiteindelijke verkoopprijs. Dat betekent dat in beginsel als verkoopwaarde niet de getaxeerde waarde, maar de uiteindelijk berekende waarde heeft te gelden (zie ook gerechtshof ’s-Gravenhage 29 augustus 2012, vindplaats ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0255). Dat partijen hebben beoogd om van dit uitgangspunt af te wijken in het kader van de verdeling van hun woning, is niet gebleken.

Rechtbank Midden-Nederland, 30 april 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1600


Dit probleem zie ik wel vaker en de oplossing van de rechtbank lijkt mij een volstrekt logische. Indien de man immers de woning zou willen verkopen is hij verplicht dit te doen aan de woningbouwvereniging voor de afgesproken prijs die volgens een afgesproken formule wordt bepaald. Men kan dan niet uitgaan van een andere waarde. De taxatiewaarde is niet meer dan een variabele in de formule.