Beëindiging gezamenlijk gezag. Omgangsregeling.

Een minimale communicatie tussen de ouders is noodzakelijk om op een goede manier invulling te kunnen geven aan gezamenlijk ouderschap. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de ouders nadat zij eind 2012 feitelijk uit elkaar zijn gegaan, niet in staat zijn geweest om op behoorlijke wijze met elkaar te communiceren over de kinderen. Uit het raadsonderzoek, zo wordt in het raadsrapport van 7 november 2014 vermeld, is naar voren gekomen dat er sprake is van een ernstig verstoorde communicatie en een verstoorde vertrouwensrelatie tussen de ouders. De communicatie is ondanks daarvoor ingezette hulpverlening niet verbeterd. De raad stelt vast dat er nog altijd sprake is van wederzijds wantrouwen tussen de ouders. Voorts is duidelijk geworden dat de kinderen worden geconfronteerd met de spanningen tussen de ouders. Reeds tijdens het huwelijk waren de ouders niet in staat om de kinderen buiten hun ruzies te houden. Ook nu de ouders gescheiden zijn, ervaren de kinderen nog steeds de spanning en de conflicten tussen de ouders tijdens de haal- en brengmomenten. De zeer problematische communicatie tussen de ouders en de omstandigheid dat de kinderen hiermee worden belast, heeft tot gevolg gehad dat [de minderjarige1] van november 2014 tot eind 2015 onder toezicht gesteld is geweest. Tijdens de procedure in eerste aanleg waren de ouders overeengekomen een mediationtraject te volgen om te trachten hun onderlinge communicatie te verbeteren. Uit een e-mailbericht van de mediator aan de ouders van 26 september 2014 blijkt echter dat de mediator na het eerste gesprek met de ouders heeft besloten de mediation te beëindigen omdat - kort gezegd - zij er geen vertrouwen in heeft dat er verandering in de communicatie tussen de ouders zal optreden. Eén van de argumenten hiervoor was dat de vader van mening is - en dit verschillende keren aan de mediator kenbaar heeft gemaakt - dat de moeder de prijs moet betalen voor de echtscheiding, voor het creëren van de problemen en voor de last die hij ervan heeft. Ook ter zitting in hoger beroep heeft de vader verklaard dat het de moeder is die de problemen veroorzaakt. Desgevraagd heeft de vader voorts verklaard dat hij aan de kinderen heeft uitgelegd dat hij hen in de afgelopen periode niet maandelijks heeft gezien omdat de moeder problemen creëert. Het hof is van oordeel dat de vader daarmee onvoldoende inzicht toont in de behoeftes van de kinderen en de bestaande zorgen over hun ontwikkeling. Voor de vader lijken zijn eigen belangen zwaarder te wegen dan de belangen van de kinderen. Gezien de reeds jarenlange onverminderde strijd tussen de ouders acht het hof het bovendien niet aannemelijk dat binnen afzienbare tijd een eind zal komen aan de conflicten tussen de ouders.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:349