De verplichting tot levensonderhoud ten behoeve van een jong-meerderjarige wordt gematigd op grond van kwetsend gedrag.

Het hof is van oordeel dat de door de vader genoemde gedragingen van [de jongmeerderjarige zoon]
tot heden van zodanige aard zijn dat van de vader in redelijkheid niet kan worden verlangd, bij te dragen in het levensonderhoud van [de jongmeerderjarige zoon] , zolang die zijn houding niet wijzigt. Daargelaten de oorzaak van zijn gedragingen die hebben geleid tot onder meer schulden en hechtenis, gaat [de jongmeerderjarige zoon] kennelijk volledig zijn eigen gang en voelt hij zich niet verplicht enige verantwoording af te leggen over zijn leven. Hij is bij de rechtbank noch bij het hof verschenen; zijn advocaat heeft hem sinds het indienen van het beroepschrift één keer gesproken en is nadien het contact met hem verloren. Van contacten van [de jongmeerderjarige zoon] met maatschappelijk werk of andersoortige hulpverlening is het hof niet gebleken.

Gelet op het voorgaande, moet het er naar het oordeel van het hof tevens voor worden gehouden dat er vanuit [de jongmeerderjarige zoon] - wellicht voortkomend uit onmacht - geen basis lijkt te zijn voor enige vorm van communicatie of overleg met de vader.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 december 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:5015