Ingangsdatum wijziging kinderalimentatie en terugbetaling. Maatstaf en stelplicht.

Het hof is van oordeel dat de vrouw in ieder geval met ingang van 1 december 2013 rekening had kunnen houden met een vermindering van de onderhoudsbijdrage ten behoeve van het kind. Aan het verzoek van de man de wijziging van de onderhoudsbijdrage te laten ingaan op 1 maart 2013 gaat het hof voorbij. De man heeft pas op 18 juni 2014 een verzoekschrift tot wijzing van de kinderbijdrage bij de rechtbank ingediend. Het had op de weg van de man gelegen om zich eerder met een dergelijk verzoek tot de rechtbank te wenden.

Terugbetaling
Door de wijziging van de kinderalimentatie zou er eventueel een terugbetalingsverplichting voor de vrouw kunnen ontstaan. Het hof hanteert bij de beoordeling of de vrouw teveel ontvangen kinderalimentatie moet terugbetalen de maatstaf zoals neergelegd in de uitspraak van de Hoge Raad van 25 april 2014, NJ 2014, 225. Het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak een zekere terugbetalingsverplichting voor de vrouw in redelijkheid kan worden aanvaard. Het hof overweegt daartoe dat de vrouw met ingang van 1 december 2013 in redelijkheid rekening kon houden met een vermindering van de door de man te betalen kinderbijdrage. Het hof gaat er voorts vanuit dat het inkomen van de vrouw in 2013 € 25.602,- bedroeg en dat van de stiefouder € 37.515,-, zoals door de man is gesteld en door de vrouw niet is weersproken. Daarbij heeft de vrouw weliswaar gesteld dat zij niet in staat is tot terugbetaling, maar zij heeft nagelaten deze stelling voldoende te onderbouwen, hetgeen wel op haar weg had gelegen.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 8 oktober 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3990