Terugwerkende kracht bijdrage jongmeerderjarige. Ontbreken bewijs (e-mailbericht) verzoek om alimentatie.

Het hof stelt vast dat de vrouw, nadat zij er mee bekend was geworden dat de voormalige echtelijke woning werd verhuurd, een procedure is gestart tot het verkrijgen van de helft van de huuropbrengst.
Op 22 april 2013 hebben de man en de vrouw ter gelegenheid van een in het kader van die procedure bij de kantonrechter gelaste comparitie een regeling getroffen, die als vaststellingsovereenkomst is opgenomen in het van die comparitie opgemaakte proces-verbaal. Zoals blijkt uit de door partijen ter zitting van het hof gegeven toelichting houdt de overeenkomst – zakelijk weergegeven – in dat de man de huuropbrengsten behoudt en alle (hypotheek)lasten betaalt, behoudens de kosten van grootonderhoud die door ieder van partijen voor helft zouden worden gedragen.
Het is het hof niet gebleken dat de dochter in de periode die daarop is gevolgd tot aan de procedure in eerste aanleg, de man heeft aangeschreven of aangesproken met het verzoek aan zijn onderhoudsverplichting jegens haar te voldoen.
De dochter heeft ter zitting van het hof weliswaar verklaard dat zij de man nog een e-mailbericht met zo’n verzoek heeft gestuurd, doch dit is door de man uitdrukkelijk betwist en zij heeft daarvan ook geen schriftelijk bewijs overgelegd. Bovendien heeft zij naar aanleiding van vragen van het hof onvoldoende kunnen concretiseren wanneer zij dit e-mailbericht aan de man zou hebben verstuurd.
De advocaat van de dochter stelt dat zij vervolgens namens de vrouw bij de rechtbank een verzoekschrift heeft ingediend ter verkrijging van een onderhoudsbijdrage van de man ten behoeve van de dochter, maar dat dit verzoekschrift als gevolg van een administratieve fout bij de rechtbank niet is ingeboekt. Het hof stelt vast dat ook deze stelling niet met stukken is onderbouwd.
Het in de onderhavige procedure in eerste aanleg ingediende verzoekschrift is ingekomen ter griffie van de rechtbank op 11 april 2014. Het hof vermag niet in te zien waarom de dochter tot bijna twee jaar na de gestelde wijziging van omstandigheden heeft gewacht met een verzoek om alimentatie aan de man.
De advocaat van de dochter heeft bovendien erkend dat zij dit verzoek rauwelijks heeft gedaan. Zij heeft de man niet eerst rechtstreeks aangeschreven en getracht te komen tot een minnelijke regeling over de onderhoudsbijdrage.

Alles overziende is het hof dan ook van oordeel dat het niet redelijk zou zijn om de alimentatieplicht van de man te laten ingaan vóór de datum van het inleidend verzoekschrift.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3730