Bij het opstellen van een behoefteberekening moet rekening worden gehouden met de ontvangen toeslagen. Deze verlagen de behoefte.

Uit het door de vrouw bij haar verweerschrift in hoger beroep overgelegde behoeftelijstje d.d. 11 maart 2015 blijkt dat de vrouw haar eigen netto behoefte met ingang van januari 2015 begroot op € 1.477,= per maand. In haar verweerschrift stelt de vrouw haar netto maandinkomen op € 1.253,=, hetgeen steun vindt in de door de vrouw overgelegde loonstroken. In de visie van de vrouw resteert er aldus een behoefte van € 224,= per maand.
Het hof constateert evenwel dat de vrouw in haar behoeftelijstje geen rekening heeft gehouden met de bedragen die zij aan toeslagen ontvangt. Uit de voorschotbeschikking toeslagen 2015 blijkt dat aan de vrouw een zorgtoeslag is toegekend van € 942,= per jaar (€ 78,50 per maand) en een huurtoeslag van € 3.173,= per jaar (€ 264,= per maand).

Zoals ter zitting met partijen besproken, dienen de toeslagen die de vrouw ontvangt – omgerekend gemiddeld € 343,= per maand – in mindering te worden gebracht op haar behoefte, hetgeen tot gevolg heeft dat de behoefte van de vrouw volledig wordt gedekt door haar eigen inkomsten en de toeslagen die zij ontvangt.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat de vrouw met ingang van 1 januari 2015 geen behoefte heeft aan een bijdrage van de man in de kosten van haar levensonderhoud, zodat de bestreden beschikking ook voor wat betreft deze periode dient te worden vernietigd.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 oktober 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:4355