Is een schuld bij een familielid van invloed op de draagkracht of niet?

Vaststaat dat de schuld van de man aan zijn vader is ontstaan voorafgaand aan het huwelijk van partijen.

Naar het oordeel van het hof heeft de man, gelet op de betwisting door de vrouw, zijn stelling dat hij genoodzaakt is af te lossen op de schuld van zijn vader, onvoldoende met verifieerbare bescheiden onderbouwd. Dit had wel op zijn weg gelegen gezien de onderliggende familieverhoudingen en het gegeven dat dat de man ten tijde van het huwelijk nimmer is aangesproken op terugbetaling, dan wel door de man niet eerder daadwerkelijk betalingen terzake van deze schuld aan zijn vader zijn gedaan. In de door de man overgelegde e-mail van zijn vader wordt weliswaar door zijn vader gesproken over een grote oninbare crediteur op zakelijk gebied, echter op geen enkele wijze blijkt uit deze e-mail dat deze grote oninbare crediteur de vader van de man in dusdanige financiële problemen brengt dat de noodzaak voor de man is ontstaan om per direct deze vijftien jaar oude schuld terug te betalen.

Hetzelfde geldt ten aanzien van de kosten verbonden aan de gezondheidstoestand van de moeder van de man. Het hof zal dan ook net als de rechtbank, geen rekening houden met de door de man gestelde aflossing van € 300,- per maand.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 april 2011, LJN: BQ1339