Kinderalimentatie voorrang boven boedelafdracht WSNP

In artikel 1:400 lid 1 Burgerlijk Wetboek, welk artikel met ingang van 1 maart 2009 is gewijzigd, is onder meer bepaald dat, indien een persoon verplicht is levensonderhoud te verstrekken aan twee of meer personen en zijn draagkracht onvoldoende is om dit volledig aan allen te verschaffen, zijn kinderen en stiefkinderen die de leeftijd van een en twintig jaren nog niet hebben bereikt voorrang hebben boven alle andere onderhoudsgerechtigden. Het betreft een aanscherping in de wet waarin kinderalimentatie prioriteit heeft verkregen boven andere onderhoudsbijdragen. Op grond van deze wetswijziging zijn ook de Tremanormen aangescherpt teneinde te bereiken dat een onderhoudsplichtige een groter deel van zijn draagkracht ter beschikking stelt aan de kinderen voor wie hij onderhoudsplichtig is. Gezien deze aanscherping moet aan een bijdrage ten behoeve van de verzorging en opvoeding van een minderjarige kind een hoge prioriteit worden toegekend.
Het hof is dan ook van oordeel dat een dergelijke bijdrage in beginsel dient te prevaleren boven de afdracht die in het kader van de WSNP aan de boedel dient te worden verricht. Het hof constateert dat het rapport van de Werkgroep Rekenmethode van Recofa voor dit oordeel ook voldoende ruimte biedt nu in dat rapport is bepaald dat het vrij te laten bedrag vooralsnog wordt gecorrigeerd in verband met te betalen alimentatie indien geen nihilstelling kan worden verkregen. Van bijzondere omstandigheden die er toe zouden moeten leiden dat in deze geen voorrang aan de bijdrage ten behoeve van de kinderen zou moeten worden gegeven is niet gebleken.
Hof 's-Hertogenbosch, 9 februari 2010, LJN BL3657