Bepaling hoofdverblijfplaats kinderen. Belangenafweging.

Het hof is van oordeel dat het in het belang van de kinderen wenselijk is dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader wordt gecontinueerd. Het hof overweegt daartoe als volgt.
De vader heeft reeds sinds het uiteengaan van partijen in januari 2013 de zorg voor de kinderen. Blijkens het rapport van de raad d.d. 8 mei 2014 weet de vader bij de opvoedingsbehoeften van de kinderen aan te sluiten en hierin te differentiëren en ontwikkelen de kinderen zich binnen hun mogelijkheden goed. De door de moeder ook weer in hoger beroep geuite zorgen ten aanzien van het persoonlijk functioneren van de vader zijn, in tegenstelling tot wat moeder stelt (met uitzondering van het aantreffen van de wietplantage) in het onderzoek van de raad betrokken en worden hierin niet bevestigd. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor drugsgebruik of enige vorm van geweld van de vader jegens de kinderen. Evenmin heeft de vader, anders dan de moeder heeft gesteld [woonplaats] met de kinderen verlaten. De relatie tussen de moeder en [dochter] lijkt zich langzaam te herstellen, zo gaf ook [dochter] de indruk tijdens het aan de zitting voorafgaande gesprek. Zij is al een keer bij de moeder blijven slapen.
Het vorenstaande in aanmerking genomen, acht het hof een wijziging van het hoofdverblijf niet in het belang van de kinderen. Het hof miskent hierbij niet dat er met betrekking tot de opvoedingssituatie van de kinderen zeker ook zorgpunten bestaan, zoals de onlangs aangetroffen wietplantage bij de vader, doch deze wegen naar het oordeel van het hof niet op tegen het belang van de kinderen bij een bestendiging van hun huidige opvoedingssituatie. Dit geldt te meer nu de moeder blijkens het rapport van de raad door haar beperkingen in pedagogisch opzicht minder te bieden heeft dan de vader.

Gerechtshof Den Bosch 23 juli 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2798