Bij de echtscheidingsbeschikking zijn partijen bevolen om over te gaan tot verdeling van hun gemeenschap van goederen ten overstaan van de notaris. Partijen wenden zich echter niet tot de notaris. Niet-ontvankelijk.

Gelet op de beschikking van deze rechtbank van 22 juli 2013 moeten partijen de procedure van artikel 677 Rv e.v. volgen. Partijen hebben dit echter niet gedaan. Zij dienen zich dan ook ter zake van de verdeling alsnog tot de notaris te wenden.
In het geval de notaris partijen niet kan verenigen en de notaris dat heeft vastgelegd in een proces-verbaal van ‘non-vereniging’, waarin desverlangd ook de punten zijn opgenomen waarover partijen wel overeenstemming hebben bereikt, is er weer een rol voor de rechter. Dit volgt uit artikel 678 Rv, waarvan de bedoeling is dat tenminste een ernstige poging wordt ondernomen om partijen onder leiding van de notaris tot elkaar te brengen. Eerst als de notaris dit niet lukt, dan is de rechter weer aan slag om in de resterende geschillen een knoop door te hakken.
De rechtbank zal de vrouw dan ook niet ontvankelijk verklaren in haar verzoek.
Rechtbank Midden-Nederland 26 augustus 2015,
ECLI:NL:RBMNE:2015:6003

Noot: onomstreden is een dergelijk oordeel niet. In de literatuur (en rechtspraak) wordt ook wel verdedigd dat het niet nodig is dat men zich eerst richt tot de notaris indien partijen het nergens over eens zijn (zie o.a. prof. P. Vlas in: Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering, aantekening 2 Algemeen bij: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Artikel 678, Wolters Kluwer, Deventer). Hiernaast is in artikel 678 lid 3 geregeld dat de rechter, zolang hem geen afschrift van het in het eerste lid bedoelde proces-verbaal wordt overgelegd, op verlangen van elk der partijen de zaak kan aanhouden ten einde de notaris opnieuw gelegenheid te geven tot toepassing van het derde lid van het vorige artikel (oproeping partijen om te verschijnen bij de notaris om tot de verdeling te komen). Uit de beschikking wordt overigens niet duidelijk of de vrouw een dergelijk beroep op dit artikel heeft gedaan.

Zie anders: Rechtbank Breda, 2 maart 2011,
ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7535