Opnieuw wel bijstandsverhaal kinderalimentatie na 1 januari 2015.

De gemeente zoekt verhaal van de kosten van bijstand op de man en het verzoek luidt met ingang van 1 december 2014 de verhaalsbijdrage vast te stellen op € 293,99 per maand, zolang de bijstandsverlening aan [de vrouw] (hierna te noemen: de vrouw) mede ten behoeve van [de minderjarige] , geboren te [woonplaats] op [geboortedatum] , voortduurt, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De gemeente heeft haar verzoek ter terechtzitting in die zin aangevuld, dat zij verzoekt de behandeling van de zaak aan te houden totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan over de prejudiciële vraag van het gerechtshof te Den Haag of het kindgebonden budget, inclusief de alleenstaande ouderkop bij de berekening van kinderalimentatie in mindering dient te komen op de kosten van levensonderhoud van minderjarigen (behoefte). De gemeente staat voor de lijn van de Hoge Raad te volgen.

Ingevolge artikel 62, Pw kunnen kosten van bijstand worden verhaald tot de grens van de onderhoudsplicht, bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op degene die –kortweg– zijn onderhoudsplicht niet of niet behoorlijk nakomt. Blijkens de geschiedenis van de WHK draagt de alleenstaande ouder als gezinshoofd de volledige zorg voor de tot zijn last komende kinderen. De bijstand wordt zowel voor paren met kinderen als voor alleenstaande ouders mede ten behoeve van het levensonderhoud van die kinderen verstrekt. Ten laste van het gezinshoofd komende kinderen hebben als gezinsleden geen zelfstandig recht op bijstand. Omdat de bijstand als gezinsbijstand wordt verstrekt dienen de middelen van alle gezinsleden in beginsel in aanmerking te worden genomen, waaronder ook de kinderalimentatie. Het wetsvoorstel WHK brengt geen wijziging in het verhaal van bijstand op degene die zijn onderhoudsplicht jegens zijn minderjarige kind niet of niet behoorlijk nakomt. (Memorie van Toelichting 33716 onder VIII en EK, 2013-2014, 33.716. F, blz. 6).

Gelet op deze wetsgeschiedenis ziet de rechtbank geen reden om sinds de invoering van de Participatiewet de aan de vrouw verstrekte –lagere– bijstand anders te beschouwen dan als bijstand ten behoeve van haarzelf en haar minderjarige kinderen. Dit leidt ertoe dat de gemeente ook vanaf 1 januari 2015 nog steeds de ten behoeve van zijn minderjarige kind uitgekeerde bijstand kan verhalen op de man.

De rechtbank ziet zich voorts geplaatst voor de vraag of het met de alleenstaande ouderkop verhoogde kindgebonden budget gevolgen heeft voor de hoogte van de onderhoudsbijdrage en –daarmee– ook voor de hoogte van de verhaalsbijdrage per 1 januari 2015.

Onder verwijzing naar de prejudiciële beslissing in HR 9 oktober 2015, nr. 15/02543, ECLI:NL:HR:2015:3011 is de rechtbank van oordeel dat het kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop bij de vaststelling van de door de ouders verschuldigde onderhoudsbijdrage voor hun minderjarige kinderen in aanmerking dient te worden genomen bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen bedraagt het netto besteedbaar inkomen van de vrouw inclusief het kindgebonden budget vanaf 1 januari 2015 € 1.302,63 per maand. Onder verwijzing naar de draagkrachttabel behorend bij het Rapport Alimentatienormen bedraagt de draagkracht van de vrouw thans € 67,- per maand. De draagkracht van de vrouw is derhalve hoger dan vóór 2015. Dit heeft gevolgen voor de onderlinge verhouding van het aandeel dat de ouders afzonderlijk bijdragen in de kosten van de minderjarige.
De verdeling van de kosten over beide ouders wordt berekend volgens de formule:
ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel:
het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: 67 / 577 x 366 = € 42,-
het eigen aandeel van de man bedraagt: 510/ 577 x 366 = € 324,-
samen € 366,-

Derhalve komt van de totale behoefte van de minderjarige een gedeelte van € 324,- per maand voor rekening van de man. In aanmerking genomen de door de gemeente gehanteerde zorgkorting van 15% leidt dit tot een aandeel van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige van € 269,- per maand.

Gelet hierop zal de rechtbank het door de man aan de gemeente te betalen verhaalsbedrag met ingang van 1 januari 2015 vaststellen op een bedrag van € 269,- per maand.

Rechtbank Den Haag 12 november 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:13642