Ondanks communicatieproblemen toch gezamenlijk gezag

Het hof leidt uit de stellingen van de moeder af dat de mogelijkheid bestaat dat zij -en niet [het kind]- als het ware klem en verloren zal raken wanneer zij voortaan de gezagsbeslissingen samen met de vader zal moeten nemen en daartoe met hem in overleg zal moeten treden. Zij heeft ter zitting aangegeven dat door het verleden met de vader een innerlijke 'blokkade' is ontstaan die het overleg en de communicatie met hem bemoeilijkt. Het hof wil het bestaan van deze gevoelens aannemen. In het licht van haar verantwoordelijkheid jegens [het kind] ligt het evenwel op de weg van de moeder om deze blokkade weg te werken zonder [het kind] daarmee te belasten en daartoe zo nodig, indien zij daartoe niet zelfstandig in staat is, hulpverlening in te schakelen. De man dient begrip te hebben voor het bestaan van deze blokkade en zijnerzijds het nodige te doen om haar daarin recht te doen en dient vooral ook te blijven werken aan de juiste zijn benadering van [het kind], gezien diens problematiek. Dat een en ander naar verwachting niet op korte termijn volledig gerealiseerd zal kunnen worden, is evenwel geen reden om het gezag over [het kind] bij de moeder alleen te laten.

In het licht van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof niet aannemelijk geworden dat de communicatieproblemen tussen de ouders zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico is dat [het kind] klem of verloren zal raken tussen hen beiden wanneer zij het ouderlijk gezag gezamenlijk gaan uitoefenen. Het hof verwacht voorts binnen afzienbare tijd een voldoende verdere verbetering in de communicatieproblemen. Het hof zal derhalve de man naast de vrouw belasten met het (gezamenlijk) gezag.

Gerechtshof Leeuwarden, 26 augustus 2010, LJN: BN5120