Kinderrechter verleent vervangende toestemming aan moeder om met het kind te verhuizen en om hem op een andere school in te schrijven. Moeder heeft de verhuizing goed voorbereid en doordacht. Vaders belang is hierin meegenomen.

6.3
In overeenstemming met de jurisprudentie van de Hoge Raad mag uit voornoemd artikel niet worden afgeleid dat het belang van het kind bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen. De rechter zal bij zijn beslissing over dergelijke geschillen alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen wat er ook toe kan leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind (zie ook de uitspraak van de Hoge Raad van 25 april 2008). De navolgende omstandigheden en belangen kunnen een rol spelen en dienen vervolgens te worden meegewogen:
het recht en belang voor de verhuizende ouder om te verhuizen en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;
de noodzaak om te verhuizen;
de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
e door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarigen en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
de mate waarin partijen in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
de rechten van de andere ouder en de minderjarigen op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;
de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;
de leeftijd van de minderjarigen, hun mening en de mate waarin zij geworteld zijn in hun omgeving of juist gewend zijn aan verhuizingen;
of de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing geheel of deels worden gecompenseerd door de verhuizende ouder.

6.4
De kinderrechter overweegt als volgt. Als uitgangspunt geldt dat een ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben in beginsel de gelegenheid dient te krijgen om met de kinderen en een nieuwe partner elders een gezinsleven en een toekomst op te bouwen, indien de omstandigheden van het geval, na een belangenafweging zoals hiervoor genoemd, een dergelijke beslissing ook rechtvaardigen.

6.5
De wens van moeder om te verhuizen naar [plaats] is overwegend ingegeven door het feit dat zij sinds april 2015 een fulltime baan als bedrijfsleidster heeft gevonden in [plaats] en haar wens om daar een nieuw leven met haar nieuwe partner te kunnen opbouwen. Naar het oordeel van de kinderrechter heeft moeder genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van enige noodzaak tot het verhuizen naar [plaats] , gelet op de werkomstandigheden van moeder. Moeder heeft door het accepteren van haar huidige baan in [plaats] haar uren uit kunnen breiden, waardoor zij de minderjarige financieel thans meer kan bieden. Dat is een terechte keus omdat zij daardoor niet langer aangewezen zal zijn op een aanvullende bijstandsuitkering.

6.6
De kinderrechter merkt voorts op dat moeder de verhuizing in alle opzichten goed heeft voorbereid en doordacht. Moeder heeft informatie ingewonnen betreffende een geschikte school, waarbij zij rekening heeft gehouden met de aan haar gegeven adviezen van de huidige school van de minderjarige. Daarnaast heeft zij haar werk afgestemd op de schooltijden van de minderjarige. Indien moeder in de avonduren dient te werken, zorgt haar partner voor de minderjarige. Moeder heeft onweersproken gesteld dat dit zo gaat vanaf het moment dat vader naar Israël is gegaan.

6.7.
Door de verhuizing verandert de woon- en sociale leefomgeving van de minderjarige, maar naar het oordeel van de kinderrechter hoeft een wijziging van woonplaats en het sociale netwerk mede gelet op de leeftijd van de minderjarige niet nadelig te zijn voor het kind. Moeder heeft over de gevolgen voor het kind nagedacht en is van mening dat zij hem daar rust en stabiliteit kan bieden.

6.8.
Voorts dient het belang van vader in overweging te worden genomen. De kinderrechter acht het in het belang van vader en de minderjarige dat zij regelmatig contact hebben en dat er een ruime zorgregeling tussen vader en de minderjarige blijft. Vooralsnog is niet gebleken dat een verhuizing van moeder met de minderjarige naar [plaats] voor vader zal leiden tot een wezenlijke verandering in de contacten ten opzichte van de op dit moment geldende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Door moeder is immers te kennen gegeven dat de huidige omgangsregeling wat haar betreft gehandhaafd kan blijven. De reisafstand tussen [woonplaats] en [plaats] van ongeveer 20 kilometer levert naar het oordeel van de kinderrechter voor de minderjarige ook geen grote belasting op. Ondanks de verhuizing kan het contact tussen vader en de minderjarige op een aanvaarbare wijze in stand worden gehouden.

6.9.
Ter zitting hebben de ouders desgevraagd geantwoord dat - mocht het verzoek van moeder worden toegewezen - zij verwachten dat de zorgregeling die nu door de weeks plaatsvindt zal dienen te worden gewijzigd. De kinderrechter laat de verdere concrete invulling van de zorgregeling vooralsnog eerst over aan de ouders, te meer nu de ouders hierover ook geen beslissing hebben gevraagd. Het is allereerst aan vader om te bezien of de regeling doordeweeks in ongewijzigde vorm kan blijven bestaan of een lichte aanpassing behoeft. Daarover zullen ouders met elkaar overleg moeten plegen, waarbij ook moeder zich zal moeten realiseren dat van haar op de een of andere wijze compensatie mag worden verwacht.

6.10.
Alle voornoemde belangen en omstandigheden tegen elkaar afwegende, waarbij het belang van de minderjarige centraal staat, maar niet doorslaggevend is, komt de kinderrechter tot de conclusie dat moeder een gerechtvaardigd belang heeft met de minderjarige naar [plaats] te verhuizen en de minderjarige aldaar op een school in te schrijven. De kinderrechter zal derhalve de vervangende toestemming aan moeder verlenen.

6.11.
De kinderrechter ziet gelet op het vorenstaande aanleiding om het zelfstandig verzoek van vader te bepalen dat de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats heeft bij vader af te wijzen.

Rechtbank Overijssel 4 november 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5788