Is een meerderjarige student behoeftig?

Op grond van artikel 1:392 lid 2 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bestaat de verplichting tot het verstrekken van levensonderhoud op grond van bloed- of aanverwantschap slechts in geval van behoeftigheid van de tot levensonderhoud gerechtigde. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van dit wetsartikel blijkt echter dat het niet de strekking van die bepaling is ouders te verplichten hun meerderjarige kinderen door het verstrekken van een uitkering in staat te stellen tot het volgen of voltooien van een opleiding. Hetgeen de zoon in deze procedure heeft aangevoerd, is onvoldoende om in de onderhavige zaak van die strekking af te wijken. Het is de eigen keuze van de zoon om twee studies te volgen waardoor hij wellicht minder dan andere studenten in staat is naast zijn studie te werken. De gevolgen van die keuze kan hij niet afwentelen op de vader doch komen voor zijn risico. Dat de zoon op 11 juli 2007 betrokken is geweest bij een auto-ongeval en daarvan nog steeds beperkingen ondervindt maakt, zonder nadere onderbouwing die ontbreekt, het voorgaande niet anders.

Gerechtshof Amsterdam, 12 oktober 2010 LJN: BO4664