Vermindering draagkracht door prepensioen. Is er sprake van een wijziging van omstandigheden die tot minder alimentatie leidt?

De man heeft gesteld dat de vrouw er ten tijde van het huwelijk van op de hoogte was dat hij gebruik ging maken van het prepensioen. De vrouw heeft deze stelling ontkend, althans zij kan zich niet herinneren dat er tijdens het huwelijk over is gesproken dat de man gebruik zou maken van de prepensioen regeling. De rechtbank is van oordeel dat de inkomensachteruitgang van de man, nu hij gebruik is gaan maken van het prepensioen een vrijwillig karakter heeft. Uit het door de man gestelde is niet aannemelijk geworden dat de partijen ten tijde van hun huwelijk hebben afgesproken dat de man gebruik zou maken van de regeling voor prepensioen. De rechtbank wijst op het door vrouw gestelde dat zij, indien bij haar bekend was geweest dat de man gebruik ging maken van het prepensioen, daarvoor bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap gecompenseerd had willen worden. De rechtbank is voorts van oordeel dat de door de man opgevoerde medische redenen niet rechtvaardigen dat hij gebruik moest maken van het prepensioen. De man heeft weliswaar rugklachten, maar uit de brief van de oefentherapeut blijkt niet dat hij daardoor zijn werkzaamheden niet meer uit zou kunnen voeren. Uit de brief blijkt eerder dat de man door oefeningen juist minder rugproblemen heeft. Bovendien heeft de man desgevraagd ter zitting gesteld dat hij een leidinggevende positie had en niet in de fabriek zelf werkzaam was.
De man heeft voorts gesteld dat hij altijd heeft betaald om eerder met pensioen te gaan. De rechtbank acht dit geen valide argument, nu het feit dat wordt betaald voor prepensioen nog niet betekent dat daarvan ook gebruik zal worden gemaakt. Men kan er ook voor kiezen om door te werken tot de pensioengerechtigde leeftijd, waardoor een hogere pensioenuitkering wordt verkregen.
De rechtbank zal, alles overziende, dan ook uitgaan van de voormalige financiële situatie van de man. Hieruit volgt dat er geen sprake is van een wijziging van omstandigheden als door de man gesteld, waardoor de destijds vastgestelde bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw niet meer zou voldoen aan de wettelijke maatstaven.
Rechtbank Leeuwarden, 10 december 2008,
LJN BG6468