Vergoedingsrecht investering in de woning van de andere partner. Niet voldoen aan stelplicht.

3.2.30.
De rechtbank is van oordeel dat het op de weg van de vrouw had gelegen om haar stelling dat zij een vergoedingsrecht heeft gelijk aan het bedrag van € 50.152,-, welk bedrag in de jaarrekening 2010 is genoemd bij de post opnamen kapitaalrekening vrouw wegens “verbouwing woonhuis”, nader te onderbouwen, gezien de gemotiveerde betwisting van de man. Met de vermelding van deze post in de jaarrekening 2010, heeft de vrouw naar het oordeel van de rechtbank niet voldaan aan haar stelplicht. De vrouw had haar stelling nader dienen te onderbouwen met, bijvoorbeeld, facturen en betalingsbewijzen van de precieze verbouwingskosten en ten laste van welke partij deze zijn betaald.

3.2.31.
Zoals hierboven is vermeld, heeft de man op zichzelf niet weersproken dat er een ingrijpende verbouwing heeft plaatsgevonden ten behoeve van zijn woonhuis en dat de vrouw in de kosten daarvan heeft bijgedragen uit privévermogen, zodat zij een vergoedingsrecht heeft. Volgens de man is met deze verbouwing een bedrag van in totaal € 63.000,- € 70.000,- gemoeid geweest.

3.2.32.
Nu geen der partijen hun stellingen voor wat betreft de kosten van de verbouwing heeft onderbouwd met stukken, waarbij de rechtbank overweegt dat het niet op de weg van de rechtbank ligt om uit de overgelegde stapel bankafschriften te construeren welke kosten waren gemoeid met de verbouwing ten behoeve van het woonhuis van de man, zal de rechtbank deze kosten schatten op € 70.000,-.De rechtbank laat daarin meewegen dat voor een vergoedingsrecht als het onderhavige sprake moet zijn van een investering in het woonhuis en dat uit de stelling van partijen kan worden afgeleid dat niet alle kosten zijn aan te merken als investeringen in het woonhuis zelf. Dit geldt bijvoorbeeld voor de gordijnen, maar ook stuckwerk of vervangen van tegels kan (deels) als onderhoud worden gezien.

3.2.33.
De man heeft naar het oordeel van de rechtbank zijn stelling dat de vrouw met slechts 40% - in plaats van 50% - zou hebben bijgedragen in deze verbouwingskosten, gelet op de gemotiveerde betwisting door de vrouw, onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verwijst hierbij ook naar hetgeen hierboven is overwogen en dat ook in dit geval de kapitaalrekening van partijen voor een gelijk bedrag is belast. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de vrouw een nominaal vergoedingsrecht heeft van 50%, te weten € 35.000,-.

Rechtbank Amsterdam 4 november 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:7489