Gezamenlijk gezag, dat alleen uitgeoefend kan worden onder permanente regie van professionele hulpverlening, vormt geen basis voor het uitoefenen daarvan.

4.7
Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat het verzoek van de moeder om haar alleen te belasten met het gezag over [de minderjarige1] dient te worden toegewezen en het verzoek van de vader om hem mede met het gezag over [de minderjarige2] te belasten, dient te worden afgewezen. Het hof is van oordeel dat de problemen tussen de ouders zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico is dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] klem of verloren raken tussen de ouders indien zij het ouderlijk gezag gezamenlijk zouden uitoefenen en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. Hiertoe overweegt het hof het volgende.

4.8
Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van een ouder om zijn minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Het ouderlijk gezag houdt een aantal bevoegdheden in die nodig zijn voor de opvoeding en verzorging, zoals onder andere de bevoegdheid om belangrijke beslissingen in het leven van het kind te nemen. In geval van gezamenlijk gezag worden dergelijke beslissingen samen met de andere gezaghebbende ouder genomen. Voor gezamenlijk gezag is dan ook in het algemeen vereist dat de ouders feitelijk in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Nodig is kortom, dat zij met elkaar hierover (kunnen) communiceren.

4.9
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is naar het oordeel van het hof genoegzaam gebleken dat partijen niet in staat zijn tot de voor de uitoefening van gezamenlijk gezag noodzakelijke communicatie. Deze situatie is niet in het belang van de kinderen; zij zitten hierdoor klem tussen de ouders en de voortdurende strijd tussen de ouders zal schadelijke gevolgen voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben. Er is in het verleden, onder meer vanuit de ondertoezichtstelling van de kinderen, naast de nodige ondersteuning in de opvoedingssituatie van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] , hulpverlening ingezet gericht op verbetering van de onderlinge verhouding tussen partijen. Niettemin blijft er sprake van een (heftige) strijd tussen partijen. De ouders zijn niet in staat om in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] met elkaar te overleggen of om de kinderen buiten hun strijd te houden. Daarbij dient te worden opgemerkt dat er niet sprake lijkt van bewust frustreren van de communicatie door één of beide ouders maar van onmacht bij beiden. Door de omstandigheid dat het vertrouwen van partijen in elkaar volledig ontbreekt en het gegeven dat zij beiden kampen met hun eigen problematiek, zijn partijen niet capabel om samen in overleg beslissingen van enig belang over de kinderen te nemen, zodat moet worden aangenomen dat er thans geen basis is voor het door de vader en de moeder gezamenlijk uitoefenen van het gezag over de kinderen.

4.10
Nu het hof, gelet op de hulpverleningsgeschiedenis, onvoldoende vertrouwen heeft gekregen dat het partijen zal lukken de nodige stappen te nemen, terwijl geforceerd overleg over belangrijke beslissingen ten aanzien van de kinderen in hun situatie een negatieve invloed kan hebben op de mogelijkheid van omgang tussen de vader en de kinderen, kan gezamenlijke gezagsuitoefening door partijen niet in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] worden geacht.

In geval van eenhoofdig gezag is minder communicatie nodig tussen partijen, omdat de moeder zelfstandig beslissingen kan nemen over de kinderen zonder hiervoor eerst de goedkeuring te hoeven vragen en te krijgen van de vader. Aldus ontstaat ook minder strijd tussen de vader en de moeder, hetgeen in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] is. Zij ervaren daardoor minder spanningen en komen niet klem te zitten tussen hun ouders. Toewijzing van het verzoek van de moeder haar voortaan alleen met het gezag over [de minderjarige1] te belasten en afwijzing van het verzoek van de vader om partijen gezamenlijk te belasten met het gezag over [de minderjarige2] is dan ook in het belang van de kinderen noodzakelijk.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 november 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:8619