Kinderalimentatie; vaststelling behoefte kan achterwege blijven nu draagkracht van de onderhoudsplichtige vader de beperkende factor is.

7. Bij brief van 14 juli 2015 heeft de man een aantal salarisspecificaties in het geding gebracht. Het hof heeft op basis van die specificaties het gemiddelde netto inkomen van de man berekend op circa € 1.440,- netto per maand, inclusief vakantietoeslag. Aangezien de man een beroep heeft gedaan op de aanvaardbaarheidstoets vanwege een aanzienlijke schuldenlast en de man die schulden voldoende aannemelijk heeft gemaakt houdt het hof daarmee rekening. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de schuldenlast van de man ten minste € 6.800,- bedraagt, welke deels via loonbeslag wordt voldaan. Het hof passeert de stellingen van de vrouw dat het in casu om niet huwelijkse schulden gaat en dat de man feitelijk niet aflost op die schulden. De man heeft aannemelijk gemaakt dat het bestaande schulden zijn en volgens vaststaande jurisprudentie moet ook met schulden rekening worden gehouden waarop niet wordt afgelost, omdat er wel een aflossingsverplichting is. Of het al dan niet huwelijkse schulden betreft doet aan het vorenstaande niet af. Voorts acht het hof door de man voldoende aannemelijk gemaakt dat hij naast de minderjarige kinderen van partijen nog twee kinderen uit een eerdere relatie heeft en dat hij uit de relatie met zijn huidige partner ook een kind heeft, zodat zijn eventuele draagkracht ook nog eens over zes kinderen moet worden verdeeld.

8. Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de man slechts een bijdrage van € 25,- per maand per kind ten behoeve van de minderjarigen kan voldoen, zodat het hof die bijdrage zal vaststellen. Aangezien deze bijdrage naar het oordeel van het hof niet boven de behoefte van de minderjarigen uit stijgt behoeft de behoefte van de minderjarigen geen bespreking meer.

Gerechtshof Den Haag 30 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3729