Kan de behoefte van een minderjarige geheel worden gedekt door het kindgebonden budget?

Op 1 januari 2015 is de Wet hervorming kindregelingen in werking getreden. De alleenstaande oudertoeslag in de bijstand, de alleenstaande ouderkorting in de Wet Inkomstenbelasting en het fiscaal voordeel bij het betalen van kinderalimentatie zijn daarbij komen te vervallen. Inkomensondersteuning voor alleenstaande ouders vindt vanaf 1 januari 2015 plaats op dezelfde, uniforme wijze door middel van een alleenstaande-ouderkop van maximaal € 3.050,- per jaar te ontvangen in het kindgebonden budget. Dit alles leidt ertoe dat het kindgebonden budget dat na 1 januari 2015 wordt ontvangen, aanzienlijk hoger kan zijn dan het budget dat tot 1 januari 2015 werd ontvangen. De expertgroep Alimentatienormen beveelt aan om dit totale kindgebonden budget in mindering te doen strekken op de kosten van het kind. Aangezien de hervorming van de kindregelingen en de consequenties daarvan een keuze van de wetgever zijn geweest, ziet het hof geen reden tot afwijking van de richtlijn.

Het hof volgt dan ook de stelling van de man dat er met ingang van 1 januari 2015 ten aanzien van [de minderjarige] geen behoefte meer resteert, uitgaande van de door de man berekende (en niet door de vrouw bestreden) behoefte van [de minderjarige] in 2015 van € 259,- per maand (de geïndexeerde behoefte van 2008 ad € 230,-) en het kindgebonden budget van € 359,- per maand (€ 4.313,- : 12) dat de vrouw ontvangt.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6075