Onvoldoende feiten gesteld om voorrang van kinderalimentatie te doorbreken voor nieuwe partner die geen inkomsten verwerft.

Eerder heb ik op deze website de uitspraak van de Hoge Raad van 11 december 2009 (LJN BK0865) besproken waarin de Advocaat Generaal de hoofdlijnen heeft geschetst van de wettelijke voorangsregels. Het gerechtshof Arnhem past deze regels in deze casus toe. Het Hof oordeelt als volgt:
" De onderhoudsverplichting jegens minderjarige en jongmeerderjarige kinderen en stiefkinderen heeft sedert de wijziging per 1 maart 2009 van artikel 1:400 lid 1 BW voorrang boven alle andere onderhoudsgerechtigden indien de onderhoudsplichtige onvoldoende middelen heeft om in aller levensonderhoud te voorzien. Gegeven deze wettelijke voorrang houdt het hof geen rekening met de kosten van levensonderhoud van de nieuwe partner van de onderhoudsplichtige man, tenzij de man feiten en omstandigheden stelt en ingeval van betwisting door de vrouw aannemelijk maakt op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat toepassing van deze regel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
De man heeft verklaard dat zijn nieuwe partner 31 jaar is en van Turkije naar België is gekomen. Zij was in Turkije verkoopster en kon in haar eigen levensonderhoud voorzien. De nieuwe partner van de man moet dit jaar een taalcursus volgen en werkt niet.
Het hof is van oordeel dat de man onvoldoende feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt die tot het oordeel moeten leiden dat de toepassing van de wettelijke voorrangsregel in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, omdat de nieuwe partner van de man, voordat zij besloot zich bij de man te voegen, in staat was in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Dit betekent dat het hof rekening houdt met de norm voor een alleenstaande en met een percentage van 70 van de draagkrachtruimte, welk percentage de werkgroep alimentatienormen aanbeveelt voor de vaststelling van kinderalimentatie."
In de literatuur wordt beschreven dat de afweging anders zou kunnen uitvallen als er in het nieuwe gezin (stief)kinderen zijn en het nieuwe gezin van weinig inkomen moet rondkomen.
Gerechtshof 1 september 2009, LJN
BK3026