Executiegeschil over kinderalimentatie. Geen misbruik van recht

Eiser stelt daartoe – kort samengevat weergegeven – dat gedaagde misbruik van recht maakt door thans incassomaatregelen te treffen tot inning van de eerder vastgestelde onderhoudsbijdrage voor de minderjarige [naam]. Eiser verkeerde ten tijde van het vaststellen van deze onderhoudsbijdrage in zodanige psychische problemen, dat de echtscheidingsprocedure haast volledig aan hem voorbij is gegaan. Ook het ontslag bij zijn toenmalige werkgever heeft hieraan bijgedragen. Eiser kon en kan echter geen bijdrage voldoen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en komt – als de vastgestelde onderhoudsbijdrage in stand blijft en gedaagde hem hieraan zal houden – in een financiële noodsituatie terecht. Daarin is ook het spoedeisend belang van eiser bij een voorlopige voorziening als gevorderd, gelegen.

De vorderingen van eiser dienen te worden afgewezen. Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat gedaagde misbruik van recht maakt door eiser te houden aan het betalen van de bij beschikking van deze rechtbank van 18 augustus 2010 vastgestelde onderhoudsbijdragen voor de minderjarige naam en daarvoor eventueel incassomaatregelen te (doen) treffen. Immers, eveneens is onvoldoende aannemelijk geworden dat de echtscheidingsprocedure en de bij voornoemde beschikking genomen beslissingen, volledig langs hem heen zijn gegaan. Eiser had in het begin van de procedure immers een advocaat en nadat deze zich aan de zaak had onttrokken, zijn er nog contacten geweest met gedaagde. Dat is niet weersproken door eiser. Om die reden komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat eiser in de echtscheidingsprocedure ruimschoots de mogelijkheid heeft gehad om gemotiveerd verweer te voeren tegen de gevorderde onderhoudsbijdrage. En voor zover hij destijds niet in staat zou zijn geweest, stond hem gedurende drie maanden na 18 augustus 2010 de mogelijkheid ter beschikking om in hoger beroep te gaan tegen de beschikking van deze rechtbank. Geen van deze mogelijkheden heeft eiser benut, maar dat maakt niet dat gedaagde thans misbruik van recht kan worden verweten. Zij heeft immers een titel verkregen en mag deze ook ten uitvoer leggen. Bovendien staat eiser de weg nog open van het aanhangig maken van een verzoekschrift procedure tot nihilstelling van de eerder vastgestelde onderhoudsbijdrage en die mogelijkheid heeft hij kennelijk ook aangegrepen. De stellingen die hij thans ten aanzien van zijn draagkracht opwerpt, horen dan ook in die procedure thuis en niet in de onderhavige.

Rechtbank Almelo 9 maart 2011, LJN: BP7503