Is een rechter verplicht op alle aangevoerde stellingen in te gaan? Toepassing klemcriterium

De rechter is niet verplicht om op iedere stelling te responderen.

Het hof heeft aldus, overeenkomstig zijn taak als feitenrechter, feiten en omstandigheden vastgesteld en daarop zijn diverse beslissingen doen steunen.
Dergelijke oordelen zijn in cassatie slechts zeer beperkt toetsbaar.
Het hof heeft zijn oordelen daarnaast vervat in uitvoerig gemotiveerde rechtsoverwegingen die ook als een geheel en in verband met elkaar dienen te worden gelezen.
Klachten die dit verband miskennen, kunnen m.i. op die grond reeds niet tot cassatie leiden. Bij de beoordeling van de cassatieklachten dient voorts in aanmerking te worden genomen dat het hof niet is gehouden op elke stelling te responderen.

Toepassing klemcriterium

Uitgangspunt van de wetgever is dat het gezamenlijk ouderlijk gezag na een echtscheiding doorloopt. Het eenhoofdig ouderlijk gezag zoals geregeld in art. 1:251a BW vormt de uitzondering op deze hoofdregel. Het voorschrift geeft de rechter de mogelijkheid te “bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen,
b. of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Het hof heeft – als gezegd – zijn slotsom (dat het gezag uitsluitend aan vader moet toekomen) gebaseerd op een groot aantal vaststellingen op basis van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting.

dat partijen in de loop der jaren steeds verder van elkaar verwijderd zijn geraakt en inmiddels op geen enkele wijze meer met elkaar (kunnen) communiceren. Gebleken is dat zij al lange tijd niet in staat zijn samen te overleggen over de kinderen en samen beslissingen over hen te nemen. Daarbij valt, mede door de lange en heftige strijd tussen partijen, de escalatie daarvan mede door de diverse klachtprocedures en de ernst van de thans ontstane conflictueuze situatie, niet te verwachten dat partijen hiertoe binnen afzienbare wel in staat zullen zijn.”

Voorts is gebleken dat de kinderen inmiddels geen ( [kind 3] en [kind 2] ) of minimaal ( [kind 1] ) contact met de vrouw willen hebben, omdat zij dan meer rust zeggen te ervaren. Naar het oordeel van het hof blijkt hieruit, zoals ook valt af te leiden uit de verklaringen van de gezinsvoogd en psychotherapeut [betrokkene 3] van de Geheime Tuin, dat de kinderen reeds nu klemzitten in de strijd die hun ouders na de echtscheiding zijn blijven voeren en waarin de kinderen zich genoodzaakt hebben gezien voor zichzelf te kiezen.

Na een uitgebreide conclusie en bespreking van de middelen strekt de conclusie tot verwerping van het cassatieberoep.

Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1692

Dit advies van de AG is gevolgd (met toepassing van het bepaalde in artikel 81 lid 1 RO) door de Hoge Raad op 25 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2823