Geen verbeterbeschikking als er geen sprake is van een kennelijke fout.

Het verzoek tot verbetering betreft het dictum, waar als volgt is bepaald:
De rechtbank bepaalt als volgt over de afwikkeling van de huwelijksvoorwaarden:
- De vrouw dient binnen twee weken na heden alle fotoboeken die betrekking hebben op gezamenlijke vakanties aan de man af te geven, zodat hij daarvan kopieën kan maken.
- De man dient uiterlijk drie maanden na ontvangst van de fotoboeken deze onbeschadigd aan de vrouw terug te geven.
De man stelt nu dat de vrouw bepaalde fotoboeken aan hem heeft afgegeven, maar niet allemaal. Hij stelt dat er in totaal nog zeven andere fotoboeken waren, waaronder mogelijk vakantiealbums, en dat zijn verzoek niet beperkt was tot vakantiealbums.
Verbetering van een rechterlijke uitspraak is mogelijk wanneer die uitspraak een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout bevat, die zich leent voor eenvoudig herstel: artikel 31 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv). Het woord ‘kennelijke’ maakt duidelijk dat niet iedere fout voor verbetering in aanmerking komt: het gaat hier om fouten waarvan het voor partijen en derden direct duidelijk is dat er een vergissing gemaakt is.
Dat is hier niet aan de orde. In de processtukken heeft de man niet duidelijk gespecificeerd op welke albums het verzoek betrekking had. Op de zitting is een verband gelegd met vakanties, waaruit de rechtbank heeft afgeleid dat de gevraagde albums vakantiealbums waren. Ook als dat een onjuiste conclusie was, is het niet een kennelijke fout, omdat in elk geval voor de rechtbank niet direct duidelijk was dat dit op een vergissing berustte.
De rechtbank is daarom van oordeel dat de beschikking van 10 februari 2010 niet een kennelijke fout bevat zoals bedoeld in artikel 31 Rv, die zich leent voor eenvoudig herstel. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Rechtbank Utrecht, 19 mei 2010, LJN BM5296