Verweerschrift geweigerd wegens strijd met goede procesorde.

Het hof overweegt dat de regels van procesrecht er mede toe strekken dat het voor alle rechtstreeks bij de procedure betrokkenen, zowel voor de rechter als voor partijen, duidelijk moet zijn welke geschilpunten ter beoordeling voorliggen en met name op welke stellingen en verdere elementen ter onderbouwing daarvan, de partijen hun standpunten ten aanzien van die geschilpunten baseren. Dat is mede daarom wezenlijk, omdat daardoor gewaarborgd wordt dat de partijen hun standpunten naar behoren kunnen verdedigen, wetend met welke door de wederpartij aangedragen gegevens zij daarbij rekening moeten houden.

Het onderhavige hoger beroep wordt gevoerd volgens de regels van de verzoekschriftprocedure. Procesvertegenwoordiging door een advocaat is verplicht. Het betreft een procedure die zich, in tegenstelling tot de dagvaardingsprocedure, kenmerkt door een informele, flexibele procesgang die sneller en eenvoudiger is dan de dagvaardingsprocedure. In dit geval betreft het de vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw. De beoordeling van het geschil dient te geschieden aan de hand van de volgende onderdelen: de behoefte van de vrouw, haar behoeftigheid, de draagkracht van de man, de verschillende perioden waarvoor de partneralimentatie moet worden vastgesteld en een eventuele terug- of bijbetalingsverplichting.
Gelet op voormelde regels van procesrecht is het hof van oordeel dat een processtuk in het algemeen, doch zeker in relatie tot de onderhavige verzoekschrift/alimentatieprocedure in voldoende mate inzichtelijk, helder, eenduidig en concludent dient te zijn zowel voor de wederpartij als voor de rechter die over het geschil dient te oordelen.
Het hof constateert het volgende:

op 9 juni 2015 is ter griffie ingekomen het verweerschrift, tevens houdende incidenteel appel met producties van de man;
- het stuk heeft een omvang van 711 bladzijden;
- het verweer in principaal appel en het verzoek in incidenteel appel is genummerd van 1 tot en met 3602;
- het incidenteel appel bevat 79 grieven;
- de man heeft 25 verzoeken in het incidenteel appel geformuleerd;
-aan het verweerschrift, tevens houdende incidenteel appel zijn de producties 48 tot en met 90 gehecht met een door mr. Geuze geschatte en door de man niet betwiste omvang van duizenden pagina’s.

Van de advocaat, als verplicht en professioneel procesvertegenwoordiger, mag worden verwacht dat hij een processtuk concipieert dat voldoet aan daaraan te stellen eisen, zoals hierboven omschreven, namelijk dat dit zodanig in voldoende mate inzichtelijk, helder, eenduidig en concludent is dat de wederpartij in redelijkheid begrijpt waartegen hij zich moet verweren en het ook voor de rechter duidelijk is.

Het hof is van oordeel dat het op 9 juni 2015 ter griffie ingekomen verweerschrift, tevens houdende incidenteel appel, met producties van de man aan die eisen niet voldoet. Ook al heeft de rechtbank overwogen dat de man de aflossing op de huwelijkse schulden niet voldoende heeft toegelicht, zoals de man ter zitting heeft gesteld, en de man een dergelijk verzuim in hoger beroep vanzelfsprekend mag herstellen, overweegt het hof dat dit herstel wordt begrensd door de eisen van de goede procesorde als voormeld.

Het hof zal dit verweerschrift, tevens houdende incidenteel appel met de bijbehorende producties van de man in deze procedure dan ook niet in behandeling nemen nu zowel voor de wederpartij als de rechter het verweer van de man en de gronden waarop het door de man ingestelde incidentele beroep berust onvoldoende inzichtelijk zijn en de wederpartij ten gevolge daarvan niet in staat is zich adequaat te verweren.

Het hof voegt daaraan toe dat artikel 24 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) weliswaar voorschrijft dat de rechter oordeelt op grondslag van, kort gezegd, wat de partijen hebben aangevoerd, maar dat dit voorschrift er niet toe leidt dat de rechter rekening dient te houden met betogen die zodanig onoverzichtelijk en onduidelijk zijn dat, zoals reeds hiervoor aangevoerd, de wederpartij niet weet waartegen hij zich dient te verweren en voor de rechter niet duidelijk is waarover en/of op grond van welke feiten en omstandigheden hij dient te oordelen. Het procesrecht strekt er juist toe dat de rechter aan zulke betogen voorbij kan gaan en onder omstandigheden ook moet gaan. Het hof is van oordeel dat deze omstandigheden zich hier voordoen. De bezwaren van de bewindvoerder, zowel tegen de omvang als de inrichting van het betreffende stuk en de bijbehorende bijlagen, acht het hof gegrond. De stellingen zijn, mede gelet op de hoeveelheid, niet inzichtelijk en daardoor zijn ook de in die hoeveelheid stellingen opgenomen talloze verwijzingen naar de bijlagen niet te volgen.

De vraag is welk gevolg het hof aan de onder 3.4.1. geformuleerde conclusie dient te verbinden. Het hof heeft - gegeven de betrekkelijk uitzonderlijke situatie: er is niet een veelheid van precedenten - besloten de man alsnog de gelegenheid te bieden zijn processtuk en de benodigde bijlagen opnieuw in te richten, zodat het alsnog aan de eisen van de goede procesorde zal voldoen in die zin dat het processtuk zowel voor de wederpartij als voor de rechter inzichtelijk, helder, eenduidig en concludent is en dat de wederpartij in staat is op het betreffende stuk te reageren.
Daarbij dient in aanmerking genomen te worden dat het in casu een partneralimentatieprocedure betreft waarbij de navolgende onderdelen een rol (kunnen) spelen: de behoefte van de vrouw, de behoeftigheid van de vrouw, de draagkracht van de man, de verschillende perioden waarvoor de partneralimentatie moet worden vastgesteld en een eventuele terug- of bijbetalingsverplichting.

Gelet op het vorenstaande laat het hof de kwestie ten aanzien van het eerst op 9 juni 2015 ter griffie indienen van het verweerschrift, tevens houdende incidenteel appel, buiten beschouwing.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1 oktober 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3861