Geen lotsverbondenheid meer door grievend gedrag van de vrouw. Geen recht meer op partneralimentatie.

In het algemeen geldt dat bij de beoordeling in een concreet geval of een zodanige situatie zich voordoet, terughoudendheid dient te worden betracht, mede gelet op het onherroepelijke karakter van zo’n beëindiging dan wel matiging. Voorts dient bedacht te worden dat het op zichzelf niet ongebruikelijk is dat een relatiebreuk dan wel echtscheiding gepaard gaat met de nodige emoties. Niet iedere vorm van wangedrag dan wel grievend gedrag is daarom aanleiding om de onderhoudsverplichting te matigen of te beëindigen.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting komt naar het oordeel van het hof naar voren dat de vrouw doelbewust aan de (voormalige) werkgever van de man informatie heeft verschaft waardoor de man is benadeeld. Zij heeft met haar - hierna nader omschreven - handelingen de man in een kwaad daglicht gesteld hetgeen emotionele en financiële consequenties voor de man heeft gehad.

Alle omstandigheden in aanmerking nemend, kan van de man in redelijkheid niet gevergd worden dat hij een bijdrage levert aan de kosten van levensonderhoud van de vrouw omdat door haar grievende gedrag van lotsverbondenheid geen sprake meer is. Het hof legt daarom aan de man geen alimentatieverplichting op jegens de vrouw. De eerste grief van de man slaagt derhalve.

Gerechthof ’s-Hertogenbosch, 27 maart 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1485